
<intro> 
De achterliggende principes van het oplijnen van een fonetische transcriptie
met een spraakopname. 


<entry> Algemene Principes voor het Oplijnen

<normal>
De algemene regels voor het oplijnen zijn:

<list_item> ##Als er langer dan 10 ms geen spraakgeluid is moet er 
een stilte ingevoegd worden (behalve bij plosieven)#

<list_item>
<list_item> ##Als de transcriptie klopt hoort elk stukje spraak bij
een foneem#

<list_item>
<list_item> ##Alles wat niet bij een ander foneem hoort, hoort bij 'dit' 
foneem#

<list_item>
<list_item> ##Probeer elke grens tot op 1 ms nauwkeurig te plaatsen.  Als
dat onmogelijk is, probeer dan binnen een onnauwkeurigheid van 5 ms 
te blijven (ongeveer een 'grondtoon periode')#

<entry> Segmenteren en oplijnen

<normal>
Het oplijnen gebeurt op spraakfragmenten van "zinslengte". Dit kunnen 
echte (voorgelezen) zinnen zijn. Maar ook stukken spontane spraak die
min of meer overeenkomen met afzonderlijke uitingen, het alfabet of 
voorgelezen lijsten van losse woorden, lettergrepen of klanken.

<normal>
De spraakfragmenten worden opgelijnd met bestaande Praat labelfiles. 
Deze labelfiles bevatten 3 "tiers" met respectievelijk orthografische 
woorden, fonetisch getranscribeerde lettegrepen (syllaben) en fonemen. 
De foneemtranscriptie is automatisch verkregen uit de orthografische 
woorden.

<normal>
Voor de @@Fonetische labels|foneemtranscriptie@ wordt gebruik gemaakt van
dezelfde labels als het Corpus Geschreven Nederlands.
<list_item> \bu @@Fonetische labels|CGN Foneem labels@

<normal>
Ieder afzonderlijke spraakfragment heeft een unieke
@@File identification codes|identificatie code@. De identificatie codes 
van de woorden zijn in de woord-tier bijgeschreven. ##Deze codes mogen
beslist niet veranderd worden#. Ze zijn essentieel voor de latere
oplijning van fonemen met de tekst. Als er een woord toegevoegd moet
worden, moet dat zonder code gebeuren (nieuwe codes worden automatisch
gegenereerd).
<list_item> \bu @@File identification codes|Identificatie codes@

<entry> @@Correcties|Correcties op de transcriptie en de oplijning@

<normal> Het is onmogelijk om op grond van alleen de woordelijk
uitgeschreven tekst van spraak een correcte fonetische transcriptie te
maken.  Daarom zullen er ook verschillen zijn tussen de uitspraak in de
opnamen en de transcripties in de labelfiles. Bij het oplijnen van de 
labels met de spraak moeten de labels @@Correcties|'gecorrigeerd' worden@.
Daarbij is het van belang dat de transcriptie van de %zin gebruikt wordt. 
Als een foneemsegment in isolatie beluisterd wordt klinkt hij %%bijna 
altijd% anders dan in het woord of de hele zin. Bij correcties moet daarom 
altijd het hele woord, of liever nog de hele zin, beluisterd worden.

<entry> Het oplijnen

<normal>
Bij het spreken bewegen de verschillende spraakorganen (kaak, tong, lippen, 
huig, stembanden) niet zo synchroon als gewoonlijk beschreven wordt in de 
leerboeken. Daardoor is het meestal onmogelijk een grens aan te geven waar 
de uitspraak van het ene foneem eindigt en die van het volgende begint. 
Er is een hoorbare overlap tussen de fonemen. Toch moet er 1 enkele grens 
gezet worden tussen elke twee fonemen.

<normal>
Voor het zetten van de grens wordt de belangrijkste verandering in het 
spraaksignaal gezocht. Dit kan een opvallende verandering zijn in de 
golfvorm door het openen of sluiten van het spraakkanaal. Maar het kan ook 
een spectrale verandering zijn door b.v., het verplaatsen van de tong. Elke 
verandering in de structuur van de golfvorm of de spectrale balans (CoG) 
kan in principe gebruikt worden om een grens tussen twee fonemen te 
bepalen. Als het maar systematisch is en overeenkomt met hoorbare 
verschillen.

<normal>
Voor het oplijnen zijn in principe drie "informatiebronnen" beschikbaar: 

<list_item> het gehoor. 
<list_item> de spectrale balans (CoG) 
<list_item> de golfvorm

<entry> Het gehoor

<normal> Hoewel het gehoor eigenlijk het beste kriterium is, heeft het een
slecht temporeel oplossend vermogen.  Het is meestal heel goed mogelijk om
te horen welke van twee mogelijke grensposities de beste is.  Maar het is
bijna onmogelijk om enkel op het oor een grens te vinden.  Het oor is
gewoon te traag. 

<entry> De spectrale balans (CoG)

<normal>
Het spectrum van de spraak is een complete beschrijving. Met enige 
oefening is het mogelijk spectrogrammen te lezen en zo spraak te
"verstaan". Spectrogrammen hebben een beter oplossend vermogen dan het 
gehoor. Met een spectrogram is het mogelijk om grenzen te zetten met een 
nauwkeurigheid van ongeveer 10 tot 20 miliseconden. Spectrogrammen lezen is 
echter tijdrovend. Het lezen vergt grote beeldschermen met hoge beeldresolutie 
en het "tekenen" van een spectrogram kost zelfs op snelle PC's veel tijd. 
Het interpreteren van een spectrogram kost ook tijd.

<normal> Daarom is hier gekozen voor een simpelere spectrale weergave, de
spectrale balans.  Dit is de middenfrequentie van het spectrum (eigenlijk
het zwaartepunt in semitonen).  De spectrale balans wordt aangegeven met de
Engelse afkorting CoG (Center of Gravity).  De CoG heeft karakteristieke
waarden voor de verschillende foneemklassen, hoog voor fricatieven en
plosieven (afhankelijk van de plaats van articulatie), gemiddeld voor
klinkers, iets lager voor klinkerachtigen, en nog lager voor nasalen.

<normal>
De spectrale balans heeft ongevere hetzelfde oplossende vermogen als een 
gewoon spectrum.

<entry> De golfvorm

<normal> De golfvorm heeft het beste temporele oplossend vermogen.  Grenzen
kunnen tot op tienden van miliseconden gezet worden (b.v., bij het begin
van een foneem na een stilte).  Verder hebben alle bewegingen van de
spraakorganen een zichtbaar effect op de golfvorm.  Het nadeel is dat de
golfvorm bijna niet te interpreteren is.  Ruwe inschattingen, zoals
klinker, fricatief en plosief 'plof', zijn vaak te maken, maar even vaak
niet.  Meestal zijn er in de golfvorm veel plaatsen aan te wijzen waar
een grens tussen twee fonemen zou kunnen zijn. Het spectrum en het gehoor 
zijn dan nodig om de goede grens uit al deze kandidaten te kiezen.

<entry> Werkwijze

<normal>
Bij het oplijnen van de foneemlabels en hun grenzen met de spraak worden de 
grenzen gezet op plaatsen waar de golfvorm laat zien dat er iets veranderd 
aan de spraak. Welke verandering in de golfvorm de grens aangeeft wordt 
bepaald door de structuur van de golfvorm, de CoG of het gehoor. Het doel 
is altijd de foneemgrenzen zo te plaatsen dat ieder foneemsegment zo zuiver 
mogelijk is, terwijl buur-fonemen zo min mogelijk 'besmet' zijn.

<list_item> \bu @@Correcties|Correcties op de transcriptie@
<list_item> \bu @@Foneemklassen|De foneemklassen van het Nederlands@

