
<intro> 
Handleiding voor het oplijnen van fonetische transcripties met spraak.

<entry> 
Algemene Inleiding

<normal>
Dit is een handleiding voor het oplijnen van een fonetische transcriptie 
met een opgenomen spraakuiting. Het beschrijft hoe de grenzen tussen de 
fonemen bepaald moeten worden.

<normal>
Het uitgangspunt van het oplijnen is dat in een spraakuiting de fonemen 
elkaar opvolgen als kralen aan een ketting. Dit is echter een idealisering 
die ver van de realiteit ligt. Een van de fundamentele eigenschappen van 
spraak is dat naburige fonemen elkaar juist 'overlappen'.

<normal>
Bij het oplijnen is het de bedoeling dat de grenzen zo geplaatst worden dat 
ieder segment zo min mogelijk beinvloed (besmet) wordt door zijn buren. Dit 
lukt slecht als alleen de golfvorm en het gehoor worden gebruikt. Een of 
andere vorm van spectrale weergave van de spraak is nodig. Meestal wordt een 
spectrogram, met of zonder formanten, gebruikt (voor de betekenis van 
deze termen zie de Praat manual). 

<normal>
Het oplijnen van transcripties met spraak is tijdrovend, en dus duur.  Er
moeten dus afwegingen gemaakt worden tussen precisie en snelheid.  Uit
eerdere ervaringen is gebleken dat het gebruik van volledige spectrogrammen
leidt tot een grote precisie, maar erg traag werkt.  Daarom is hier
besloten de spectrale informatie op ieder tijdstip te condenseren tot een
enkel getal: De spectrale balans (eigenlijk het spectrale zwaartepunt), 
hier verder aangegeven met de Engelse afkorting CoG (Center of Gravity). Dit 
getal geeft de kantelfrequentie van het spectrum weer (in semitonen).

<normal>
Uit eerder onderzoek is gebleken dat de CoG op een karakteristieke manier 
varieert met de articulatie. Samen met de golfvorm is een snelle en 
nauwkeurige opdeling van spraak mogelijk die sterk overeenkomt met wat 
'hoorbaar' is.

<list_item> \bu @@Principes|Algemene principes voor het oplijnen@
<list_item> \bu @@Foneemklassen|De foneemklassen van het Nederlands@