Doof, nou, oké Doof, weet je, soort opluchting, we weten wat het is.
Doof, nou, oké, we weten wat het is.
Wat heb je net goed geleerd?
Sinterklaas.
Wat zei Sam altijd over Sinterklaas?
Het geitje.
Sinterklaas.
Sam zei al het geitje.
Heb jij gezegd?
Nee, dat is niet goed.
Het is Sinterklaas.
Dat is een lijp over het geitje.
Wat heb jij net geleerd Sam?
Wat heb je net gezegd?
En zo heb ik dus dat liedje.
Suya Suya prikeltje.
Van Anniam Gijsmit heb ik in gebaren.
Dus het zing dus nu al sinds dat hij heel klein is.
Want ik dat vorm zingen steeds.
En het vind ik heel leuk.
En ik merk ook dat het zingen überhaupt heel erg hielp om gebaren te leren.
Je bent een stekel varkentje, dat heb je al begrepen.
De leeuwen hebben maanden, de tijgers hebben slepen.
En onze tante Eikor neemt een rode wonlestaart.
Maar jij hebt alle mesteekeltjes en dat is zo veel wijn.
En dat is zo veel wijn.
Ik vind als je niks hoort, dan ben je doof.
Ik vind zeer ernstig slecht horend.
Je mag in mijn medische brieven ook nooit zien dat Guus en Sam doof zijn.
Maar zeer ernstig slecht horend.
Mijn jongens zijn gewoon doof.
Ik vind zeer ernstig slecht horend.
Ik vind zeer ernstig slecht horend.
In Nederland is er inderdaad één gebarentaal, dat is de Nederlandse gebarentaal.
Maar de Nederlandse gebarentaal kent wel variatie.
Dus er bestaan verschillende dialecten.
Vark is dat afhankelijk van verschillende doven, scholen.
Dus binnen zo'n school kan variatie ons dan.
En dat wat in Nederland is gebürt.
Ik vind zeer ernstig slecht horend.
Ik vind zeer ernstig slecht.
Ik vind zeer ernstig slecht horend.
