Ik ben Mark van de Branden. Hier ben ik opgegroeid.
Dit ben ik, op dezelfde plaats naast mijn papa, 45 jaar geleden.
Samen met een aantal vrienden hebben we besloten om terug in de tijd te gaan.
Hoe gaat het met onze vroegere klasgenoten?
En hoe stellen onze meesters en jeuven het nog?
Dat vroegen we ons alle af.
Daarom hebben we de handen in elkaar geslaan om een leuke reunie te organiseren.
Gewapend met een camera en een microfoon ben ik vorige schooljaar
op een zonnige meidag naar de school gestapt.
Daar heb ik kunnen zien hoe het er vandaag nog aan toegaat.
Ik heb ook met nog elke levende leerkracht van vroeger een afspraak gemaakt.
Dit is mijn relaas.
Welkom op deze school.
We zijn in de negensprang bovenkerken.
Dat is een school die hangt vast aan het groot geheel van de school van koekelaren.
Dit is de school nu.
En zo zag de school eruit in de jaren 1970.
Ze is dus nog niet zoveel veranderd.
Ze was toen nog volledig in strak wit met zwarte palen.
En de parking was toen in Asfalt.
Die plassen herinner ik mij ook nog.
De school was toen nog vrij nieuw.
Ze is feestelijk ingewijd in juli 1958.
Een moderne Amerikaanse school werd ze toen genoemd.
Ze bood toen eigenlijk plaats aan twee scholen.
De jongenschool en de meisjeschool.
De vroegere jongenschool stond wat verder naast het gemeentehuis van bovenkerken.
Dat was een gemeenteschool.
Zo had twee klashers.
Dit is de klas met meesterteten.
De nieuwe school is gebouwd op de plaats waar de vroegere meisjeschool heeft gestaan.
Het enige wat is blijven staan is het stuk met de turnzaal.
Die is wel vernieuwd en meegeintegreerd.
Aan het hoofd van de meisjeschool stond zuster Marceline.
En aan het hoofd van de jongenschool stond meesterteten.
De jongens en de meisjes zaten in aparte klassen.
En een witte lijn deelde de speelplaats in twee.
Pas in 1970 toen zuster Irma, zuster Marceline, opvolgde,
werd de school echt gemengd.
En werd zuster Irma de directrice van de school genoemd.
De school werd een deel van de scholengroep met Koekelara.
En Roger Crevitz, die al directeur was in Koekelara,
werd in 1976 ook directeur in Bovenkerken.
Hij is de oom van minister Helde Crevitz.
We kennen haar wel een beetje.
Dus fijn ook om er een band en een link mee te hebben.
Vandaag zijn er twee directeur.
Ik ben Carla Cromby, directeur van deze school.
Er is een half tijdse directie bijgekomen voor de negen sprongen als Jordi Uitenhoven.
In z'n geheel hebben we 640 leerlingen.
Hier in Bovenkerken zitten er 110 kindjes.
We hebben 2 kleugenklassen.
De eerste kleuterklas samen met Putertjes is de klas van je vrouw Inneke.
Zij is eigenlijk de schoondachter van een oud leerkracht van deze school.
En het is een helptje.
Zij is getrouwd met de zoon van je vrouw Lieve.
De vrouw van Jan, mijn schoondachter, Inneke heeft klas en de kleuterklas.
Ik huwt van kinderen. Zij huwt hem ook lekker van mij nog.
Ik ben Amies van Tuinen, gehuwd met Artura Lais.
Ik heb 2 dochters en 4 kleine kinderen.
En ik heb 36 jaar in het kleuter onderwijs gestaan in Bovenkerken.
Ik ben op bezoek bij je vrouw Amies, mijn eerste kleuterjef.
Ze is ondertussen tachtig jaar, maar nog altijd opmerkelijk energiek.
Ik ben 53, dan heb ik begonnen.
Tot 1.
Waarom ben jij kleuterlijnster geworden?
Omdat dat maar 3 jaar, omdat dat in 3 jaar heet.
Ja?
Ja, als je 40 jaar bent, dan heb je nog niet te veel verstand.
En deed hij dat graag?
Ja, en die kindjes zijn heel aanhankelijk.
Die houden eigenlijk van je.
Je moet daar op zo'n kleintje, je moet daar niet streng op zijn.
Ik zie er al zo heel streng uit.
Alles zo heb ik gehad.
Maar ja, er waren wel lastige dingen.
Is dat de zware kant van het broek?
De zware kant was, als er teveel waren.
Dan heb je geen aandacht genoeg voor ieder kind.
En het wijnen is ook niet goed.
Het waren allemaal zo'n brave kind.
Dat ik bijna niets meer van weet.
Wat waren de leuke momenten in het schoorjaar?
De vakanties natuurlijk.
Ja, dan zei het je vrij.
Wat deed hij dan met de vakanties?
Hij had thuis ook gehoopt.
Nog een werken.
Hij had eigenlijk een beetje een dubbelevening.
En ook op het land werken.
In de tuin werken.
Want dat ook heel graag.
Ik was eigenlijk een halve boerenie.
Thuis waren die boeren.
En ik ben juist thuis.
Dat is de moest.
Je had je hele vorm je dag in de tuin gewerkt.
Omdat ik dat graag ook.
En mocht je dan zijn ook.
Ik hoor dat je nog altijd fietst.
Ja, daar genet ik van.
Eigenlijk ben jij een buitenmens?
Ja, zo is het.
Hoe gaat het met jou?
Zeer goed.
Ik ben nog gezond.
Dus ik mag toch niet meer vragen.
Als je tachtig bent.
Ik doe eigenlijk wat ik houdende doe.
Thuis zijn.
En ik ben houdende thuis.
Buiten zijn.
Ja, en ik ga fietst.
Ja, ik mag heerlijk.
Ik mag heerlijk niet klagen.
Ja, al gezond is het hier ik.
Je weet niet wat dat leven brengt.
Je weet niet.
Het is vandaag goed.
Je doet voor wel en dus mee.
En dat is dan goed.
Met deze wijze woorden.
Neem we afscheid van je vrouw Anges.
En je vrouw Ineke.
Dan tweede en derde kleuterklaas is de klas van je vrouw Christine.
Willems.
Christine zit hier eigenlijk al langs op deze school.
Ik zei eens ook de dochter van Roger Willems.
Roger Willems was de directeur voor mijn papa.
Voor Roger Crombie.
Vroeger was dit de klas van je vrouw Goddelieve Robblein.
Ze zou dit jaar 85 geworden zijn.
Zou.
Want ze is getroffen door postkanker.
Op 62-jarige leeftijd overleden.
Heel veel kinderen van vroeger hebben nog warme herinneringen aan haar.
Ze was een heel lieve juff.
Ze was ook de mama van Mirjam en Isabelle Koe gebeur.
Ze hebben alle twee bij ons op school gezeten.
Dan hebben we eerste en tweede leerjaar Zuf Aachen.
Die zijn vier voormiddagen opgesplitst in de week.
Dus dan zit het eerste en tweede leerjaar apart.
En dan krijgen ze een intensief taal- en rekenbatje.
En dan zijn ze de eerste en tweede leerjaar.
Ik ben de Chosee Verlayer.
Mijn vrouw stopt.
Mijn vrouw stopt.
Mijn vrouw stopt.
Hoe was de directrice?
Zuster Irma.
Ik wou met mij geen probleem.
Mijn vrouw stopt.
Ze werkte veel met papiertjes.
Dus als er een verhoudering was,
laat er een briefje op de les naar verhoudering.
Als het benoemd wordt, teken dat.
En dat was een klonken.
Waarom ben je een leerkracht geworden?
In mijn tijd was dat de push.
Mijn ouders hadden een goede vriendin,
een kennis die onderweegsres was in Lechtervelden.
En ze pusht mee dat dat zeker een broek was voor mij als vrouwen.
Chosee studeert af in 1959.
Ze werkt in Brugge in Lechtervelden.
Door de komst van haar kinderen,
Kathleen en Koen, stopt ze.
Maar na enkele jaren neemt ze de draad weer op.
Ze voert een aantal interim-opdrachten uit.
Zo komt ze ook in bovenkerken om iemand te vervangen.
Zuster Liza, die op zich te verlof eng was, was zo gezegd.
En dat was voor de kinderen eigenlijk wel een hele opluchting.
Want Zuster Liza stamt de leerstof er soms wel een beetje te hardhandig in.
Ik heb haar vervangen, tot als ze toen uiteindelijk op pensioen gegaan is.
Dus ze was een openstande plaats en ik ben dat gebleven.
Zelfs benoemd weer, zonder moeilijkheden, zonder problemen.
Wat was de school in bovenkerken?
Dat was een klein school.
Uiteindelijk heb ik nooit een hele grote school gewerkt.
Het noemde hier in Torreout, maar zo bijzonder groot was dat ook niet.
Het waren graadsklassen, maar ik had toch de eerste leerjaar alleen.
De eerste jaren.
Achteraf is dan een graadsklasse, de eerste en tweede.
Dat was wel een aanpassing.
Zijn er nog anecdotes die jou herinneren?
Ik ga één vertellen van meester Husslen.
De letters werden ingeoefend.
De Ava Jan, de Ivan Viz.
En meester Husslen speelt hij op.
Achter de school.
Pis daarvan gemaakt.
Ik kom daar binnen en de kinderen moesten alleen...
De kinderen moesten natuurlijk lachen.
Hoe gaat het met jou vandaag?
Van mij gaat het prima.
Lukkig, lukkig.
Wat doe je zo al vandaag?
Veel met de kleinkindendbezes.
Ja, naast doet José nog van alles.
Ik heb veel kooklessen gevolgd.
Heel veel kooklessen en kokzijden.
En de spermalie heb ik gevolgd.
Ze heeft dan ook een uitgebreide verzameling aan de recepten aangelegd.
Ik heb ook neilassen gevolgd.
Met de tuin, per graag in de tuin.
Als het oe weer is.
We kunnen een boek lezen.
Op reis aan.
Dat ook.
Maar nu is dat verminderd met de vrouwen.
We hebben het klasje van je vrouw Hilde.
Derde en vierde leerjaar. Ook die zijn vier voor middagen in de week opgesplitst.
Dat het derde en het vierde leerjaar apart aan de slag gaat.
Ook weer voor taal en rekenen.
Eigenlijk intensief in het offeren.
Dat is goed.
Nu komt jullie.
Het product ligt opnieuw in de buurt van de schatijn.
Dank je.
Antwerp.
Hallo.
Ik ben Lieve Stalens.
Ik woon in Snaascarke.
En ik heb eigenlijk een groot stuk van m'n leven in bovenkerken doorgebracht.
Altijd zelf lesgevoegd en lesgegeven.
Tot in 2006.
Ik was het rood met pol van de kastelen van koeklaarë.
Mijn man is gestorven in 1995.
46 jaar was hij.
Ik heb vier kinderen.
Die allemaal het rood zijn en elk twee kinderen hebben.
Waarom ben je leerkracht geworden?
Dat was toch een beetje een droom waarschijnlijk.
Als kind heb je zo veel dat je schoortje speelt.
En ik wil dat eigenlijk altijd worden.
Dus ik heb dat aangehaald.
Je hebt dus je droom gerealiseerd?
Ja.
Zeker en vast.
Hoe was jouw eerste werkdag in bovenkerken?
Dat was moeilijk.
In school heb je altijd geleerd.
Eén klasje.
En dan alles goed voorbereiden.
En voor onze regels wat allemaal moet gebeuren.
Ik ben eigenlijk al van begin af.
Heb ik al in een raadsklas gestaan.
Dat betekent dat dat niet lukt op de manier waarop je dat geleerd zit.
Want je kunt niet zoveel voorbereiden.
Ik heb nog een klas wat ik moet voorzorgen.
Op een bepaalde moment heb ik zelfs drie klasje gehad.
En dan gaat dat niet zo zoals je op school geleerd hebt.
Dat ze dan zelf een beetje zoeken.
Hoe dat dat eigenlijk allemaal gaat.
Je geeft nu geen les meer.
Hoe gaat het nu met jou?
Goed, goed.
Ik heb al eerder meegemaakt.
Onder andere al borstkanker gehad.
Dus dat is toch wel een jaartje dat je daar niet moet meer rekenen.
Wanneer was dat?
In 2008.
Dat is dan wel, ja.
Een jaar, twee jaar, dat je toch wel een beetje een ander leven hebt.
Dat verandert eigenlijk wel een beetje je leven.
Verandert dat ook jouw visie op het leven?
Ja, ik ben nogal positief ingestaald.
Dus het moment dat ik er weer door was,
dat kon ik weer verder.
Maar een tijdje geleden in oktober heb ik nog een keer in Zikneusley in drie weken.
In ontstekend van de Pancreas.
En dat was wel heftig ook.
Dat waren niet jouw eerste beproeven?
Hoe was het toen jouw man stierf?
Dan waren ze nog alle vier thuis.
Dus ze waren alle vier aan het studeren.
Dus ik kwam daarbij dat ik vier kinderen had.
En dat ik dan ook nog fulltime les gaf.
Dus ik had dat gaan kijken om zo vlugmogelijk half-time te gaan werken.
Omdat ik hier ook nog veel werk had eigenlijk met mijn vier kinderen.
En dat lukte je wel.
Maar dan op het einde, als je wet een beetje omhoog had,
heb ik wel problemen gehad.
Want met je overlevingspansion mag je maar zo of zo weer verdienen.
En als je daar boven gaat, dan ben je in de overlevingspansion kwijt.
Maar kon ik wel niet zonder overlevingspansion of zonder mijn wet.
Want ik had dat heel hard nodig.
Want je moest nog met vier studeren.
Ik moest soms wel een keer een vrang omdraaien.
Maar ik heb dat wel afgesmoeilijk gehad.
Hoe gaat het met jou vandaag?
Ik ga graag gaan fietsen.
Ik heb ook fotografie.
Ik doe ook heel graag.
Ik ga daar lessen voor.
Blomsgekken ook wel een keer.
Ik heb dan ook nog een redelijke tuin om te onderhouden.
Dus daar gaat er ook wel een beetje tijd in.
Ja, dat is zo een beetje het voornamel.
In Bovenkerken zijn nu nog enkele graadsklasse.
Hoe is dat voor de leerlingen?
Wat werken we dat een graadsklasse eigenlijk naar zelfstandigheid,
naar zelfredzaamheid, dat dat heel sterke kwaliteiten heeft.
De kinderen kunnen zeer goed alleen werken.
Kunnen hun aandacht verdelen nog over twee taken.
Als we ze laten uitstromen uit het zesde leerjaar,
dan merken we ook dat er geen gaten zijn
als ze naar het secondeer gaan.
Hoe is het nog met de turnzaal?
We gaan eens kijken.
Er is les, ze loopt naar haar einddoe.
Blauw?
Dit is je verzamme.
Veel is er nog niet veranderd.
Het podium is ouder geworden.
Ook het gordijn is er nog altijd.
Hier speelden we toneeltjes tijdens de schoolfeesten.
Ik ben Johan Welke, geboden in Bovenkerken,
opgeruid in Bovenkerken, studeerd in Thalout.
En dan ben ik hier gewoon in het jaar 1975 in gaststand in de klat.
Het is hier niets veranderd.
Het is nog tot dezelfde jaar.
Ik ben er al eerder.
Waarom ben je toneeltjacht geworden?
Omdat ik wel een sportie was, veel voetbalde.
En door vrienden ben ik dan niet uitgeweest.
Daar ben ik dan wel met mijn ding gevonden.
In sport en biologie.
Ik heb hier de klimmerk gemanterd in de tijd.
Ik heb hier ook nog gedaan in de tijd
dat de radiatoren beschermen met een plank.
Hoe was het om in Bovenkerken les te geven?
Dat was wel een speciale ervaring.
Ik was vooral een koekrader te werken staat.
Ik moest één voor mij naar hier komen, de vrijdag was dat.
En natuurlijk hier iedereen kende.
In Bovenkerken die periode kende iedereen iedereen.
Kende al de ouders, kende de kinderen, kende de grootouders.
Er waren wel iets heel speciales.
Hoe was de sfeer op school?
Het sfeer was goed.
Het sfeer was toen prima op school.
Maar de oudere collega's, de vroger collega's, hebben een heel mooi moment gehad.
Hoe waren de kinderen?
Er waren een brak in Bovenkerken.
Ik had eerst een jaar les gegeven in Bruin.
Dat waren daar al moeilijke kinderen in.
In de koekrader was dat dan heel rustig.
In Bovenkerken was het ook rustig.
Bijvoorbeeld in Zanden waren ze te stil.
De dikke vallmat moest ik ieder jaar een paar keer verheizen.
In Bovenkerken naar de koekrader.
Dan een kleinere marktje.
Aan de blok en de plint.
Hier is de bal.
Ik zie de bal niet.
Er was geen gevoel.
Een Chinese voetbalspeler.
Dat hadden we hier.
En dat deden ze ook daar.
En dan natuurlijk het bekendste waschappeling in.
Je bent vroeger moeten stoppen.
6, 90, 7, 90.
Mijn ouders zijn geworden.
Ja, mijn ouders zijn geworden.
Ik had een blaadskanker.
Mijn ouders moeten stoppen.
Eerst een jaar of een half jaar geen mond aan de operatie.
Dan wel een half jaar geen mond.
En dan was het einde van de nulbar.
Dat ik dus helemaal niet graag had.
Ik had de Korea en de koekrader.
André de Welder die ook had moeten stoppen.
Door hartvallen.
En zo op separation gaan.
En ik heb toen gezegd.
Ik zou het nooit willen meemaken.
Maar ik heb het dan toch ook moeten ondervinden.
En wat doet dat?
Ja, dat is nu leuk.
Dat is de afscheid nemen van je werk en school.
Ik heb er ook nog een afscheidsefeestje gegeven.
Maar dat is toch niet hetzelfde.
Want we hadden eindelijk weer een termijn uitgewerkt.
Dat is hetzelfde.
Verandert toch je leven?
Dat is veranderd in je leven.
Ik heb er bijna een hele jaar gelegen.
Het moeten rusten.
Veel geen mond had.
Heel rustig.
En dan heb ik ook geef je tijd om te denken.
Dat verandert je leven.
Verandert ook je zicht op het leven?
Ja, absoluut.
Vroeger was er nogal dik was van vooruit te helpen.
En nu heb ik meer tijd.
Het kinderin en vooral voor de klein kinderin.
Dat is weer een zee.
Nee, dan die klein kinderin.
Hoe gaat het nu met jou?
Goed, ik voel me wel goed.
Ik heb nu wel het ongemak van een storm aan te dragen.
Maar ik moet er ook weer mee leren leven.
En soms heb ik daar ook wel een keer m'n zee mee.
Een perme mee.
Dat is waar ik je vroeg natuurlijk.
Maar anders doe ik alles wat ik wil doen.
Ik sport nog veel.
Ik ben heel daar aan bezig.
Dus met de motorbike club en met de podiumbikers en koeklaarden.
We dansen de haven.
En dan natuurlijk met de aanblokke club van koeklaarden.
Koersfiets.
En heel de winter gaan motormijken.
Anders met de koersfiets veel rijden.
Veel sport doen.
Ook nogal gaan we naar haar spinnen in de winter.
Ja.
We gaan er gewoon af.
Oké, wat weet je?
Het blijft een beweging.
Dan hebben we de derde graad.
Dat is vijfde en zesde leerjaar.
Dat is meester Chris.
Die heeft hoofdzakelijk hand zijn groep.
Heel de week.
Maar is een beetje opgesplitst.
Voor Frans en een rekenles wordt er ook opgesplitst.
Dat is voor eten.
Maar voet met een T.
Dat is een maatenheid.
Zoals dat wij centimeter, decimeter en meter hebben.
Dat is een maatenheid die gebruikt wordt om ook afstellingen te brengen.
Maar voet, dat is een voet.
En een gemiddelde voet, er zal een middag zijn.
Kreeg je dat?
Nu sprennen mijn neerkracht.
Ja, wat niet?
Hij is voorologiaal!
Krijg deze joven doit daarop!
Ek schreef.
Ik ben Sos Gieselen,
Meester Giezelen was mijn leerkracht in het derde, het vierde en het vijfde leerjaar.
Waarom ben je leerkracht geworden?
In de tijd PMS, nu noemt dat het CLB, die adviseerde dat, dat lager secondaire onderwijs,
dus de normale school aan te pakken.
En ja, goed, mijn ouders vonden dat ook goed.
En zo ben je gelanceerd om dus het onderwijs in te stappen.
En stap na stap ervaringetje, dat ligt mij wel.
En ik heb dat dus verder uitgebouwd tot en met eind 2010.
Hoe was je eerste schooldag als leerkracht in Bovenkerke?
Als eerste kennismaking kwam ik hier terecht bij mensen die zeer verwonderd standen,
dat je algemeen Nederlands prak als leerkracht.
Taalstimulering, dat was wel een nood.
Goed, ik moet wel zeggen, in de tijd zuster Marcelien, waar ik door weinig en waarschijnlijk nog gekend,
die apprecierde dat zeer sterk.
Nu vooral door invloed van media en dergelijke.
En bibliotheek heeft er ook wel een rol in gespeeld,
de kansen die ze krijgen meer en meer om te lezen.
We gaan even naar het lokaal waar tot 13 jaar geleden de bibliotheek gevestigd was.
Meester Gieselen is er sindsdien niet meer geweest.
Even eens een kijken, ja.
Dit was vroeger de bibliotheek dat 2004 altijd geweten, helemaal carrière.
Dus als bibliotheekhuis, totdat de bibliotheek overgelomen werd door de gemeente
en nu gebouwst vast is daar recht over de kerk.
Wat was de school vroeger?
In de tijd was Roger Teten, mijn directeur.
Wij waren dus met twee in de jonge school, zo ben ik er mee begonnen.
En die geldt bij Card Blanche.
Die apprecieerde dus, ik zou zeggen, ja.
Misschien vernieuwen de inbrengen die ik hier kon brengen in Bovenkerke in die basisschool.
De schoolfeesten, hoe pakte jij dat aan?
Dat was dus, als het binnen was, op een podium.
Ja, was dat zonder geluidsversterking.
Het is al het eerste probleem. Je gaat dat gewoon niet.
Of was dat op een speerplaats taal?
Dat kon je niet gebruiken naast.
Want ja, wie luistert op een speerplaats in een schoolfeest,
wie luistert naar de kinderen die daar aan het spreken zijn.
Die geluidsversterking werd na de hand wel beetje per beetje beter.
Maar dat is niet altijd zo mogelijk.
Je moest eens eigenlijk proberen zoveel mogelijk beweging erin te steken.
Kleur.
Ja, beweging en kleur maakte het boeiend.
Dus ik zou zeggen, communicatie als het ware met muziek.
Ik ben meester Jules.
Meester Jules, de nonkelbop van Koekelaren.
Hij was mijn meester in het zesde leerjaar.
Ik ben veel in de topenbaar zo opgetreden.
En ik had een goede stem.
Ik was een goede zanger.
En naast mijn werk op school
ging ik dan soms nog hier en daar optreden zo.
In 1971 trekt meester Jules van de grote school in Koekelaren naar bovenkerken
om daar het schoolhoofd te worden van de vrije jonge school.
Hij volgde daar meester Teten op die met pensioen vertrekt.
En zo heb ik daar zeven jaar een les gegeven.
Ik was tevens schoolhoofd.
Samen met de zuster.
Dat was het schoolhoofd van de meisjes.
En we hebben er samengewerkt.
Dat is heel goed verlopen.
En ik heb me daar proberend te acclimateren.
Ik ben natuurlijk meester Jules gebleven met mijn banjo.
Ik had een banjo bij om muziekles te kunnen geven.
En we zijn daar dan begonnen met ook schoolfeest te geven elk jaar.
En dat viel goede aarde in bovenkerken.
Er waren ze echt zahern, harnetoneel en optreens, zo van de leerlingen.
En dat had heel veel bijvallen.
En op een keer toen we antrepteerden waar voor dat feest
kwam de Rijksinspecteur daar vlak op bezoek.
Meneer TV.
En we waren een beetje uit ons lood geslagen.
Maar hij zegt, mag ik een beetje volgen.
En hij heeft dat de repetitie dus een eentje gewoogd.
Hij heeft er een stukje in meegestapt.
En ik wil ook iets zeggen, zegt-ie.
Ik kom hier op een klein dorp.
En wat vind ik hier?
Een moderne school.
Waar de leerlingen zich leren hoe het verstaanbaar maken.
Ik herinner me nog altijd dat die vroeg
Jor Happy en die bovenkerstkinderen die konden daar op antwoord.
Het is zeer beperkt.
Yes! Ja!
Waar ze een goeie voorbeeld van taalwaardigheid op doen.
Waar je apprecieerde het cst dat we daar als school samen waren.
En dat er dus naar zijn smaak een goeie sfeer geerste.
Hij feliciteerde ons met dat initiatief
om daar dus een gezellig feest van te maken.
En dat dat enorm veel bijvalt.
Meester Zul is 93 jaar.
Net als zijn vrouw Paula.
Ze zijn 63 jaar getrouwd.
Paula hadden ik nog nooit ontmoet.
En dat bevreend mij een beetje.
Want zij is duidelijk een sterke en assertieve vrouw
die mee aan het stuur staat van een grote familie.
Ze hebben namelijk negen kinderen gekregen.
Helaas hebben ze al afscheid moeten nemen van drie kinderen.
Eén kindje verliezen ze wanneer het amper 17 dagen oud is.
Het wordt getroffen door een zeldzame aandoening.
In 2006 sterft Carline aan borstkanker.
Ze is 42 jaar en laat haar man Dirk en twee zonen achter.
Drie jaar geleden sterft Koen op 52 jaar geleefdheid.
Hij heeft zijn ziekte een tijd lang verborgen.
Hij vertelde dat die problemen had aan zijn longen
opgelopen bij het duiken in de Middelandse zee.
Zijn vrouw Iris en drie kinderen blijven alleen achter.
Drie dramas.
Hoe ga je daarmee om?
Ja, maar ik ze halteid.
Ik ben een diep geloofig mens.
En ik kan dat een beetje plaatsen
in mijn geloof
dat ze ontvangen zijn
door ons lieve heer.
En dat heeft ons een beetje sterkt
en troost zo in die zware beperking.
Volg je nu nog de evoluties in het onderwijs?
Ik heb nog wel het onderwijsbladje van COV
en ik volg dat nog een beetje,
maar er is nu administratie bijgekomen.
Er is veel veel veranderd.
Ik zou moeite hebben
om nu nog te moeten leen springen.
Maar we hebben een schoorde tijd gehad.
Ondertussen is het middag.
Dit is Carol. Zij is eetzaalhulp,
houdt toezicht op de speelplaats
en zij staat mee in voor de Naastschuldse opvang.
Ze eten altijd in twee groepen, in de kleuters eerst
en de groep twee, de grote, komen dat wel later.
Zijn jullie hier te wachten?
Omdat we niet eten.
Heb je al een beetje handen?
Ja.
In de knikken eten.
Soms.
Ik ga stutjes eten.
Ik kom.
Ik ga stutjes eten.
Dan heb je een beetje patatieros te lief.
Hier zitten er in Bovenkerke,
een goeie 110 kindjes.
En ik denk dat we heel trots en blij mogen zijn
voor de gemeente Bovenkerk of de parochie Bovenkerke,
dat de school hier er is en er blijft
en er hopelijk ook altijd zal zijn.
Het is een kleine, fijne, gezellige school
die de gemeenschap van Bovenkerke, denk ik,
helpt er echt te houden.
MUZIEK
TV Gelderland 2021
