Ik was eigenlijk voor de grafisch vormgever, maar ik miste wel iets in dat truckwerk, ik vond dat een beetje te plat.
En dan ben ik terug gaan studeren. Ik wou eigenlijk moden gaan studeren.
Ik ben naar het kast geweest en geluk daar is dat moden en textiel samenzitten.
De eerste keer dat ik achter een weefgetouw ging gaan zitten was dat gewoon vuurwerk.
En wist ik dat dat eigenlijk geen was, dat ik moest te doen.
Ik kan er heel grafisch mee werken, maar ja, zo een bepaalde dimensie dat ik op papier miste.
Doordat je draad verbindt met elkaar en ook kleuren creusst, kan je heel interessante dingen doen.
Je had ook heel veel motieven dat je kon combineren.
Dus je hebt motieven, je hebt kleuren, je hebt textuur en op papier heb je dat eigenlijk allemaal.
Ik werk graag metgene dat ik liggen heb, gecombineerd metgene dat ik niet vind en gewoon naar toe op zoek houden.
Als ik op reis ga, breng ik ook altijd wal mee. Zelfs een weekend in Amsterdam ga ik zeker wal vinden.
Er zijn zelfs mensen die zakken wal aan mijn deur zetten, die dat weten.
Mensen uit de buurt of ja, soms weet ik helemaal niet van waar het komt.
Textuur vind ik heel erg belangrijk om ergens een zachtheid in een interieur te brengen.
Ik kan er een hele goeie sfeer mee neerzetten, maar zeker ook kusten zijn bleeds.
Ik maak zelf ook textuur om aan een wand te hangen. Dat zien ze heel veel.
Het leuke aan weefwerk is dat ik toevallig heel hard kan gebruiken, ook met mijn materiaal en zo. Ik speel daar ook mee.
Ik vind dat belangrijk. Ik maak ook nooit echt een plan, dus ik weet voor die niet waar ik eigenlijk ga eindigen.
Maar dat is de manier waarop ik het wel wil doen. Ik werk over de dag in een WVR, en daar moeten we dat wel weten.
Dus vind ik het net leuk om het hier helemaal tegenovergesteld te doen en daar redelijk ver in te gaan.
Het is een grote eer om meubels van visionaire ontwerpers te kunnen restaureren.
In het begin heel spannend is het dat met trellende handen het meubel af te breken, omdat je bang bent van ergens iets te beschadigen.
Het is doordat je het meubel afbreekt en terugbrengt op karkas, ontdagen van alles.
Dat je leert hoe het meubel gemaakt is en dat je ziet hoe inventief dat ze waren, hoe doordacht dat het ontwerp in elkaar zit en hoe perfect gemaakt dat iets is.
Mijn ene grootvader was een ostende tapetzier-zadelmaker.
Mijn andere grootvader was hier op Sint-Andries-Kuipenmaker.
En ik heb eigenlijk heel wat alamenmateriaal van het kotje van mijn vader naar hier gebracht en gewoon direct kunnen beginnen werken.
De energie die in hun werktuigen zat, die heb ik gewoon kunnen overnemen.
Het is een plezier om er mee te werken en dat is zeker ook een heel groot deel van de voldoening die ik aan mijn job heb.
In het begin werkte ik enkel met de stoffen omdat ik vond dat ik die gemakkelijk kon hanteren,
ik kon er veel gemakkelijker mee omspringen en zo gemakkelijker bewegen in de richting.
Voor de leder was ik bang omdat je je kan er geen controle over.
Totdat ik op een bepaalde moment moest met leden,
werken voor iemand en plots merkte ik dat die schrik onnodig was omdat het veel rijkere is dan stof.
Ik werk met een ambachtelijke leloerij op de grens tussen België en Frankrijk, op de schreven.
Die mensen werken nog op de oude wijze en die werken ook op de oude wijze.
En ik heb er ook nog een paar uur op gevoel.
Het is een zeer kwalitatief leder en het is ook een fantastische kleur.
Er mogen echt wel wat vlekkingen opkomen,
dat het al die jaren aan de muur staat.
Ik heb een bepaald gevoel bij de meubels die hier binnenkomen.
Ze zijn op een bepaald moment een deel van me.
Dan sta ik ze terug naar de klant en ik heb echt een connectie.
Het is ruzie maken en opnieuw graag zien.
Het is echt...
Het is zeer intens.
En ik denk dat dat ook nodig is om iets graag te doen.
Dat houdt in elke stil.
