Ik deed altijd deze beweging, hè?
Ja.
Gewoon schippen.
Schippen, ja.
Zo'n schrijf achter een vieze kleur.
Ik kreeg volgens mij een diepte bal van een crossbal en ik kreeg hier de bal.
Wat jij net deed, was de koning achter, de natte natte dreen.
Maak ik zo'n lob, de langhoeken, maar dan de langhoeken natuurlijk.
Het gaat erom dat je, in principe kan je alles schilderen.
Ja.
Hoe je schildert, het bepaalt wie je bent.
Maar heb je toch ook een hoed?
Als jij een voetbal schoen schildert, of ik schilder hem, dan zie je aan mij, of aan
jouw karakter in dat schilderij terug, maar die schoen blijven of zich hetzelfde.
Ik verhouden altijd van de schilders aan, de beweging.
Vooral de beweging, omdat ik toch de voetballer in mij dan, die dat wil.
Ik zit niet in een stoel, ik wil lang naar mijn doek te kijken.
Ik ben gewoon iemand die dat rechtstreeks op de doek wil doen.
Ja.
En dat is de manier die je terug ziet in het schilderij ook.
Dat is mijn manier.
Hoe lang geleden is dit hier?
16 jaar geleden.
Aan zich is er niks vooral, maar alweer die tribune is weg en ik ben veranderd.
Dat is het enige denk ik.
Ja.
Ik begon, toen ik binnenkwam, hier Reker haalde me.
Die zei, jij wordt de nieuwe nummer teams van Roder, weet je wel.
Ja, dat is goed.
Ik begon ook goed, maar na een tijdje ging het, ja, het werd dus gewoon minder.
Het was die kentering daarin, maar ook dat ik dus naar de academie in mijn schrift ging.
En totaal anders ging denken.
En meteen ook een ander soort type werd.
Het zit ook wel een voetballer in, maar die dacht ik helemaal niet echt aan dat moment.
En vaak bij voetballen is het probleem dat je op hele jonge leeftijd,
ik was 17, 18 en ik dacht dat ik alles kon.
En ik was een soort puberaal romanticus.
Ik ben jong en je kan eigenlijk alles.
Je kan een kunstenaar zijn en voetballen.
En dat kan natuurlijk niet, je moet gewoon,
als je voetballen wilt zijn, alleen maar op het voetballen richten.
En die wil nog iets anders zullen doen.
Dus die keuze maken was eigenlijk,
dat deed ik niet, want ik bleef het gewoon alles weer doen.
Tot op een gegeven moment, ja, je inzacht van, ja,
ik maak toch niet echt die stap.
En toen brak ik ook nog mijn enkel.
En toen was eigenlijk de keuze voor kunst.
Ja, ja.
Zonder dat ik daar eigenlijk invloed had.
Ik had het veel zin.
Maar ja, je kan het wel wijmen hier.
Maar je moet toch op een gegeven moment losstaan van de wereld
en je wilt je een schilderij maken.
Want dat is...
Als echte kunstenaar, ja.
Ja.
Dat probeer ik wel te bereiken,
maar dat ben je dan soms maar een half uurtje.
Soms een dag, soms een paar minuten.
Dat heb je toch wel nodig.
En als je dan ook naar voetballen bent, dan kan het niet.
Je voelt het wel, je bent gewoon niet anders
dan de andere.
En je doet de andere dingen, maar ja,
qua voetbal doe je toch in een team.
Dus dan ben je gewoon bij elkaar.
In het bus wees je daar over en dan zit je gewoon apart.
Lees je een Dostietsje en dan zei je,
kijk, film het.
Het is ja een klof van daar, weet je.
Dus je bent, denk gewoon, aan andere dingen.
Ja, dat openmaken, wat wit.
We krijgen ook een vieze kleur, maar die zit wel lift in, zeg maar.
Zie je?
Ja, het begint weer wat te worden.
Mijn vader kwam altijd kijken.
Die ging ook vaak naar uitwedstrijden,
maar wel toen hij kleiner was.
Hoe hij kwam altijd kijken.
Ja, dan wil je toch dat hij trots is op zijn zoon.
Soms voelde ik me toch lekkerder als hij er niet was
als ik tijdens de wedstrijd.
Hij is heel kritisch zonder dat hij iets zei.
Dus het is eigenlijk wel...
We voelden als het goed ging.
Dan zei hij, ja, het ging wel aardig, he.
En ik dacht, ja, als ik dit volhouden ben, ik prof, daal ik.
En als het echt slecht ging, dan zei hij, ja,
er zat geen lijn in.
Dus waar ik met twee zinnetjes, die waren eigenlijk voor mij hard genoeg.
Voor iemand anders zegt het niks.
Maar als hij zei, er zat geen lijn in, dan was het net hetzelfde
als die zei van, ja, je hebt er niks van gebakken vandaan.
Ik wil niet zeggen dat ik geen bezielde dingen maak,
want ik ben wel...
Ook al is mijn houding in onze land.
Ik ben wel gepassineerd met het schilderwezen.
Ik ben zo...
Ik ben dicht bij mezelf, doordat het zijn.
Dus wel zou ik veranderen.
Het nadeel ervan is,
dat je en geen pro-voetballer wordt,
en geen beroemde kunstenaar.
Maar niet verbitterd.
We hebben wel met een terugverlangen naar een jonge voetballer zijn.
Want dat is eigenlijk het allerleukste natuurlijk.
Want eigenlijk ben je als voetballer.
Dan ben je gewoon een jongetje van 7, 8.
De hele leven, als je stopt, dan ben je opeens...
dan heb je je echte leeftijd.
En dat, ja, dat valt soms tegen.
Maar je bent altijd die kleine jongen.
En dat wil je zo lang mogelijk blijven.
Dat is eigenlijk het hele verhaal, volgens mij.
Dit was eigenlijk mijn lijn, hè?
Maar ik stond.
Altijd.
