We zijn op weg naar Bala Poulang, een dorpje op Mediava.
Het is erg rustig. Dicht op elkaar gebouwde huisjes, een spoorlijntje en een klein station.
De gebeurtenissen in Bala Poulang komen mij bekend voor.
Ze herinneren me aan het verhaal dat oud knilmilitair Shor Lapree vertelde in mijn documentaire vrijwillig voor het vaderloond.
Shor en ik zijn goede vrienden geworden, maar helaas is hij in 1999 overleden.
De Bersia-periode daarin arriveren de eerste Nederlandse troepen.
De mensen in de tenieringskampen moeten worden bevrijd.
Orde en rust gehandhaafd, de moordpartijen gestopt, de daders opgespoerd.
Ook Luitenland-Lapree, in dienst bij het koninklijk Nederlands Indies leger, wordt ingezet.
Op een achtererf, op midden Java, doet hij een gruwelijke ontdekking bij een waterput.
Toen wij die put openmaakten, en je kon de lijken niet meer herkennen.
Maar je kon wel kijken, kinderlijken, vrouwenlijken, mannelijken.
En dat bleek dus een groot deel van de Europese gemeenschap van dat statje te zijn in midden Java.
Dat wisten wij pas toen wij door de demarcatielein over gingen nadat de troepen uit Nederland waren gekomen.
Anders waren wij er ook nooit achter gekomen en er waren veel van die dingen.
En toen hebben wij met behulp van de Chinese gemeenschap en ook van de Indonesische gemeenschap,
vier daders hebben wij gepakt en daardoor wisten wij dus wat er allemaal heeft plaatsgehaald.
Zij moesten buigen voor de rood-witte vlag, dus de vlag van Indonesië.
En daarna werden zij op een vreselijke wijze gemalterateerd.
Ik weet dat zo goed, omdat er drie kleine kinderen van negen tot elf jaar die waren ontsnapp.
Zij werden als laatste bij de voetjes gepakt en met hun hoofd tegen de putterrand geslagen.
En toen op de andere lijken gegooid in de put.
De meisjes waren verkracht en dat kreeg je in zo'n situatie van geen orde en gezag, geloof ik.
Soldaat Verduin Lunel diende destijds onder Luiterland-Lapree.
Hij was erbij toen de lijken in de put gevonden werden.
Soldaat Verduin kreeg van Lapree opdracht de hoofddader op te pakken.
Dat was de Hadji Boussari, de leider van moslim extremisten in het dorp.
Hij had het bevel voor de moorden gegeven.
Ik heb hem meegenomen naar de Tjusperpre.
Hij blijkt dus een van de moordenaarszijden van die mensen.
Dat is een Hadji. Toen heeft hij verteld hoe het alles gebeurd was.
Maar de manier waarop hij dat vertelde.
Net als hij een kip gaat slachten of zoiets.
Hij heeft alles verteld, dus die mensen dus vasthouden worden en één voor één bij de putterrand.
Een hoofd op de rand moet plaatsen en met een stukje hout.
Met zo'n paar loen noemen ze dat.
Wij zeiden die reishandstampen toen hebben ze het hoofd over de nek geslagen.
Lijper in de putt. Soms zijn ze nog niet dood.
En dan vervallen ze dat wij het toch wel een droge putt.
Eén voor één hebben ze dat behandeld. Ook vertelde een paar jonge meisjes die daarbij waren.
Maar het is allemaal verkracht door zoveel mensen.
Het was afschuwelijk om dat te horen.
Maar hoe hij die dingen vertelde.
Het is...
Het is zwaar om dat te vertellen.
Vlak voor het stationnetje van Bala Poulang ligt een kampong.
Daar zou de waterput liggen.
We gaan op zoek.
Naast een steegje vinden we op een armoedige ervje...
de put uit het verhaal van Sjoerd Labré.
Op deze plek is dus ook familie van Sjoerd vermoord.
Charles-Yan Otto Labré zijn vrouw Jana Louise Marx...
en hun dochters Julie Doosje en Constance Wilhelmira.
TV Gelderland 2021
