Wie wil?
Wie duwt?
Kijk eens.
Kijk eens.
Ik weet niet wat ik wil.
Ik wil gewoon even het systeem hebben.
Ik wil het systeem hebben.
Je moet er niet zo veel bijna.
Oh, je hebt er niet in de bovenkant.
Oh, je hebt er net van hoog gestakt.
Oh, je hebt er net van hoog gestakt.
Oh, je hebt er net van hoog gestakt.
Ja, ik heb er helemaal geen bovenkant.
Ja.
Een kleidje.
Hele goed.
Hele goed, he?
En hoe smaakt-ie nou aan?
Een chocolade.
Dat is ook gewoon.
Van alle woentje erbij dat het zo is.
Ja, dat is echt idea.
Mag ik nou eens het ding zoeken en het chocolade proberen?
Mag ik nou eens het ding zoeken en het chocolade proberen?
Mag ik het hier even eens even eten?
Het is altijd interessant.
Het chocolade.
Dit is gewoon vers.
Ongebakken.
Ja.
Het is ook lekker.
Ik heb er niet op.
Het is gewoon lekker.
Het is ook lekker.
Het is ook lekker.
Ja, jammi.
Ziet je helemaal rechtdoor?
Ja.
Het is ook een verdriet van een olifant en een tulipant.
Ik had het gewoon doorgegaan.
Ja.
Kijk uit.
Dan maar nog een heel verdruppende.
Dan kan de chocolade erop.
Dat weet je wel, hoor.
Dat is wel lekker.
Het is toch een goedje?
Ja.
Ik wil het helemaal weer maken.
Het is wel lekker.
Dat is ook lekker.
Ja.
Ik wil het helemaal weer maken.
Ja.
Dat is ook lekker.
MUZIEK
MUZIEK
Het is jammer, hè? Dan moet je een beetje groeien.
Moet oma jou?
Even helpen.
Help nou je even.
MUZIEK
MUZIEK
MUZIEK
MUZIEK
MUZIEK
MUZIEK
MUZIEK
MUZIEK
MUZIEK
MUZIEK
MUZIEK
MUZIEK
MUZIEK
MUZIEK
MUZIEK
MUZIEK
MUZIEK
MUZIEK
MUZIEK
MUZIEK
MUZIEK
MUZIEK
MUZIEK
MUZIEK
MUZIEK
MUZIEK
MUZIEK
MUZIEK
MUZIEK
MUZIEK
MUZIEK
MUZIEK
MUZIEK
MUZIEK
MUZIEK
MUZIEK
MUZIEK
MUZIEK
MUZIEK
MUZIEK
MUZIEK
