Dit is de flat waar mijn moeder vanaf is gesprongen.
Op maandag 25 februari 2002 hield hier om twee minuten over vier haar leven op.
Ik wist wat ze ging doen en ik heb haar niet tegengehouden.
Mijn moeder sprong niet zomaar van een hoogpunt, maar van een plek waar mensen wonen.
De drie munt flats in Herveen. 15 verdiepingen hoog.
Ik weet niet vanaf welke verdieping's is gesprongen.
Ik ben na haar dood nooit meer naar die plek geweest.
Alleen al bij het idee zou ik moeten overgeven.
In de afgelopen elf jaar heb ik niet eens die kant op durven kijken als ik hier op de snelweg reed.
Maar ik kijk nu wel. Sterker nog.
Ik wil niet alleen naar de flat toe.
Ik wil ook de flatbewoners onder ogen komen die getuigen zijn geweest van haarzelfmoord.
Ik heb vragen aan iedereen die met de dood van mijn moeder te maken kreeg.
En ik ben niet meer bang voor de antwoorden.
Na 80 meter rechts afslaan.
Ik ben niet meer bang voor de antwoorden.
Ik ben niet meer bang voor de antwoorden.
Alles slijdt, wordt gezegd, maar niet bij mij.
Ik kan maar niet verkroppen op wat van manier mijn moeder gedwongen werd haar leeg te beëindigen.
Toen mijn moeder Stierf was mijn zus Bergita 30 en ik 26 jaar.
Mijn moeder was tot aan haar dood zo'n zeven jaar samen met Ed.
Ze woonden in dit huis in Appelschaa.
Maar mooi.
Ed woont hier alweer een paar jaar samen met een nieuwe vriendin.
In mijn ogen is mijn moeder vooral door turbulenten huurlijk met mijn vader psychisch onderuit gegaan.
Mijn vader had een buitechtelijke relatie met een vrouw die mijn moeder jarenlang heeft getheoriseerd.
Hier is een hele serie van, die is echt mooi.
Tot ieders verbazing bleef mijn ouders gewoon samen, zelfs toen de vriendin van mijn vader een kind van hem kreeg.
Mijn moeder had toen voor zichzelf moeten kiezen, maar ze bleef tegen beter weten in, knokken voor het huurlijk en het gezinsleven.
Toen kom ik thuis en dan staat ze in haar string de vijfers gewoon te maken.
Maar altijd bezig, bezig, bezig.
Ongelooflijk goed in de social talk en direct contact, mannen die lachen.
Ja, jeetje.
Mijn moeder kreeg door alle spanning een last van ernstige hoofdpijnen die nooit meer weg gingen.
Haar hele lijven raakte verkrampt, ze kon niet meer ontspannen.
Het voelde voor haar alsof ze permanent in een oorlogssituatie zat.
Ze kwam in de ziektewet en verloor uiteindelijk haar baan.
Omdat haar lijf zoals dat zelf noemde haar ze in de steeklied,
moest ze na weinig tien jaar strijden het huurlijk toch opgeven.
En toen kwam Ed een beeld.
Ik vind het zo leuk Ed lezen.
Ja, hij is toch heel raag.
Want je kijken, dat had ik vaak op het laatste.
Dat ze zo'n verkramping in haar hoofd had of hoofdpijnen,
dat ze niet eens meer recht aan kon kijken.
Het is gewoon een enge vrouw zo.
MUZIEK
Wat er die laatste dag van mijn moeders leven is gebeurd,
hebben wij drieën eigenlijk nooit meer besproken.
Alleen al de CD van de crematie tegehooren, stellen we al jaren uit.
Ik ga het maar proberen.
Angsten, paniek aanvallen.
En daarbij pijnlijke, lichamelijke verkrompjesverschijnselen,
slopen op de duur ieder mens.
Al die jaren die ik met Willemien heb doorgebracht,
hebben in het teken gestaan van deze verschijnselen
en om deze verschijnselen te bestrijden.
Vele hulpverleners hebben hun tanden erop stuk gebeten.
Drimaal opgenomen.
Drie verschillende psychiaters.
Psychologen, psychotherapeuten,
allerlei terapievormen en medecijnen zijn de revue gepasseerd.
Ze hebben geen enkel resultaat gehad.
Afgelopen zondag vroeg ze mij het volgende voor haar op te schrijven.
Ik kan nu nog met je praten.
Mijn wil is weg. Ik heb geen wil meer.
De paniek slaat onmiddellijk toe.
Ik kan niet meer stil zitten.
Dan ga ik krabben, gillen en dan kan ik ook niet meer lopen.
Als ik probeer te ontspannen slaat de paniek toe,
ik kan niet meer voor mezelf zorgen.
Als ik iets moet bedenken om te gaan doen,
hoe klein ook.
Eten, naar het toilet, tanden posten, ik kan het niet.
Ik word hartstikke gek.
Ik ben het eigenlijk al.
Ik wil dood. Ze moeten me doodmaken.
Ik was de laatste uren voor je dood bij je.
Je liep als een gekooi dier rond.
Je ogen waren nog nooit zo rol geweest.
Het was afgereiselijk om je zo te zien.
Je hebt je auto gepakt en je bent uit ons leven weggereden.
Op weg naar jouw bevrijding.
Leen wist deze dag uit je geheugenzijf dat je weg ging.
Ik zal proberen te vergeten hoe jij aan je einde bent gekomen.
Een decennium lang hebben we gevochten tegen jouw ziekte.
En we hebben verloren.
Je wilde het doen voor zorgen.
Samen met ons had je op een waardige manier ouderscheid mocht nemen.
Maar dat mocht niet.
Ik ben woedend dat je genoots uit was om op deze manier uit het leven te stappen.
Het was onmenselijk.
Moeders mogen niet van flets springen.
Samen nooit.
MUZIEK
Wat gaat het vragen?
Ik ben zoek met mensen die al langer tijd wonen.
Ik kom hier niet vandaan, dus ik heb geen idee.
Woon die ook hier in 2002?
Ja.
Weet je dat jaar is er nog een vrouw gesprongen?
Gewoon wel, ja.
Dat was mijn moeder.
Ik ben echt in contact te komen met mensen die mijn moeder springen hebben meegemaakt.
We hebben gehoord.
We moeten denken.
Die woont hier wel heel lang.
Hoe heet die?
Die woont volgens mij ook lang.
Ons zondag 24 februari 2002,
de dag voordat mijn moeder zichzelf doodde, bleef ik in Apres gaan slapen.
Ik had de volgende dag dienst, zo noemden we dat.
Mijn moeder had een paar maanden eerder om euthanasie gevraagd,
maar dat verzoek werd niet in behandeling genomen.
Er werd gezegd, wij gaan u niet helpen.
En dus wilde ze het zelf gaan doen.
MUZIEK
Ed was die maandag naar zijn werk en ik pas op mama.
Maar de situatie werd die dag onhoudbaar.
MUZIEK
Ik heb de hele dag getracht tegen te houden dat ze het ging doen.
Ze liet maar rondjes in de woonkamer.
MUZIEK
En met de hoofd tegen de muur aan het bunken.
Ik zeg mama, mama, hou op, wat doe je hier?
En ze zei laat me gaan, laat me gaan, dat kan nu nog.
En ik heb het al te ver laten komen.
MUZIEK
Op een onbewaard moment zag ik dat mijn moeder je naar auto stapt en wegreed.
Vlug zet ik in mijn eigen auto de achtervolging in.
Ik was overtuigd dat ze zichzelf nu wat zou gaan aandoen.
Mama moet mij gezien hebben want ze stopte bij de supermarkt
en stapte de winkel in.
MUZIEK
Dat was een heel raar kat en muispel in die winkel
want ze proberen me gewoon echt af te schudden.
Ik dacht, ik laat me gewoon avond boodschappen doen
want ik zou ook koken die avond en terwijl ik bij de kassen sta,
zie ik mama al weg gaan.
En vervolgens was ze dus weg toen ik buiten kwam met de boodschappen
en toen zag ik, op de gok had ik anders moeten zoeken
maar dan ben ik weer terug gegaan naar hier.
MUZIEK
Mama die was goddank wel terug gereden dus weer naar huis
want ik zag haar auto op haar land staan.
MUZIEK
En ze riep alleen maar laat me gaan, laat me gaan.
Ik heb nu ook de kracht, laat me gaan.
Ik heb de auto's sleutels afgepakt
omdat ik ook zei mama je kan mij niet de verantwoordelijkheid geven
dat je nu terwijl ik oppasdiensten heb, dat je weggaat.
En toen heb ik jouw gebeld Ed en toen kwam je gelukkig vrij snel thuis.
Ja ik ben hem bij gelijk weg.
Maar een half uur duurde zo lang.
En ik zat er heel te tegen mama, wacht, wacht, wacht.
Wacht, doe maar dit niet aan.
Ja wat er in mijn hoofd speeld is, laat je het toe of laat je het niet toe.
En daar heeft ze ongeschmeekt.
Geef me drie uur, geef me drie uur.
In mijn herinnering had je jas nog aan en je pakt haar beet bij de hoofd zo.
Ik was heel lief zo van Willemien.
En toen zei je, als dit echt is wat je wil, liefje, dan moeten we je laten gaan.
Ja dat weet ik nog.
En dat ik hier in de hoek zat en dat ik, ik was natuurlijk de hele dag bezig om mama tegen te houden.
Dat ik zei wat, alsof ik...
Ik voel me bij een verraad met wat.
Maar daar gebeurt iets geks.
Maar mama die waar we zo geen contact mee kregen die dag, ineens kwam er een soort rust.
Bij haar.
Bij haar, alsof ze er op zat te wachten op die goedkeuring.
En ze pakten de jas en ze pakten daar van de fruitman nog een appel, weet je dat nog?
Een appel.
En ze deed een van de petje op dat het niet kent, maar een petje.
En toen gingen ze, toen hebben jullie volgens mij nog geknuffeld.
En toen kwam ze voor mij staan en toen vroeg ze mag ik nog een laatste knuff.
Maar dat stukje ben ik kwijt.
Ik weet eigenlijk alles, maar dat stukje, ik volgens mij heb ik er niet.
We zagen ervan dat ik hier helemaal zo heel hard weg grijp.
En ik weet dat ik jou wel daar.
En dat ik...
Het was ook goed of zo.
Ik belde je op en zei mama gaat het doen.
Ze rijdt nu naar die flat.
En toen riep jij nog, moet ik die kant op?
Nee, je moet niet die kant op.
We moeten haar het nu laten doen.
Dus we geven een paar uur de tijd.
En jij riep, oké.
Weet je dat nog?
Ja, ik weet nagaan hoe ver je dan bent.
Als je ons dochter zegt van oké, nou prima, over een paar uur.
Is ze dan eindelijk dood, precies wat ze wil?
Ja.
Heel, heel erg.
MUZIEK
MUZIEK
MUZIEK
Hoe zeer wij ook overtuigd waren dat mijn moeder ernstig ziek was,
weten we tot op de dag van vandaag niet wat ze nou eigenlijk mankeerden.
Ik vind het heel vervelend om niet te kunnen uitleggen wat ze had,
omdat het dan toch nog steeds lijkt alsof het tussen haar oren zat,
alsof het toch cry for attention was.
En dat was het niet daarvan waar wij al de drie wel overtuigden,
dat dat absoluut niet het geval was.
Dat je dat zegt, schreeuw om aandachtig, dat heb ik nog niet.
Nee, maar ik heb het nooit gedacht, maar anderen denken dat vaak.
Die twee mensen in Leeuwarden daar, op z'n afdeling,
ik weet nog wat ze tegen mama zagen, mijn vrouw.
U wilt gewoon niet beter worden, u wilt gewoon ziek zijn.
Ziek zijn, dat is gewoon een keuze ofzo.
Ja, nu had ze gewoon heel veel aandacht en dergelijke,
en dat zou ze dan allemaal kwijtraken,
dan zou ze eigenlijk weer een heel saai leven krijgen.
Nou, daar komen we een beetje op neer.
Mijn moeders laatste psychiatre wil mij niet ontmoet.
Zij heeft daar geen behoefte aan.
Henrik Dendaas, die mijn moeder jarenlang ook hier
op de psychiatrische afdeling van het ziekenhuis in Hireveen heeft behandeld,
wil mij wel spreken.
De moeder was hartelijk extra vert en buitengewoon spranklend in het contact.
En die bron was weg, de energie, bedoel ik daarmee,
en die energie is van belang om de stemming op peil te houden.
Voor de hersenen.
Ja, voor het brein.
En concentratieswakten, merk je dan?
Mensen kunnen moeilijk opnemen.
De stressbestendigheid neemt af.
Aangst en phobieën komen er voor in de plaats.
Ja.
Maar het was zo ernstig, wat ze had.
Ja, maar een stressstoornis is ook ernstig.
Dat betekent niet dat je dus wat stress hebt.
Jij niet kunnen...
Als je in een vielen komt en je moet op tijd zijn,
maar stressrelateerde stoornis,
betekent dus dat het hele biologische apparaat,
van het menselijk lichaam,
voortdurend in een verhoogde staat van paraatheid verkeerd.
Paniek.
Ja, maar continu, continu.
Dus je moet voortdurend te zorgen
dat de stresshormonen gepompt worden in het lichaam.
En die stresshormonen zorgen er weer voor
dat er dus uitputting ontstaat.
Dus het kost veel meer energie voor het brein,
ook al zie je het niet aan de buitenkant van iemand.
Want iemand zit heel rustig,
maar van binnen is het energieverbruik heel hoog.
Dat geeft dan steeds meer lichaamelijke klachten,
dat kan hoofdpijn zijn,
dat kan ook maagdarm klachten zijn.
Maak je dan uiteindelijk via je hersen en je lijf dan helemaal kapot?
Ja, dat is populair gezegd, maar je ontregelt.
En hoe kom je daar aan?
Deels door aanleg van hoe zijn die hersenen aangelegd,
en deels ook door hoe de voeding en de opvoeding is.
En wat krijgt iemand nog te verduren in zijn of haar leven?
Maar dan ben je eigenlijk dubbel opziekt.
Dan ben je dus ziek in je hoofd.
En doordat je ziek in je hoofd maakt,
je ontregelt je ook je hele lijf dus nog.
Dat klopt.
En terwijl je dit nu zo zegt,
denk ik, wisten jullie dat toen al?
Dat was toen ook wel wat bekend,
maar die narrow biologie heeft, zeg maar,
de laatste jaren toch steeds meer ontwikkelingen doorgemaakt.
Ik vind het wel fijn te horen dat het nu dan toch
een klein beetje een stempel heeft gekregen,
dat wat ze had, omdat...
Het leek nu te lang als of het haar karakter was
en zichzelf een beetje aandeed,
maar het is dus echt een ziekte geweest.
Zeker.
Ik bel aan bij En Vink.
Op de intercom wordt meteen gezegd
dat ze m'n moeder zelfmoord nog goed weten te herinneren.
Hoi. Hoi.
Hé, daarnaar iemand.
Ik weet niet precies van welke verdieping,
maar ze is hier van de vlet gesprongen.
Van de elfde. Van de elfde?
Hierboven, hierboven.
Eén etage hoger, ja.
En hoeveel, ja.
Hoeveel dat weten? Ja.
Nou, want er stond een veiliginkistje van de groente.
Die had ze bij, daar volgens mij was die blauw van kleur.
En die stond daar tegen de dingen aan.
Toen is ze daar opgekomen en toen ze op de rand gaan staan,
dan gaat het vastgehouden aan de paal bij de brandrap.
En toen naar beneden.
Heb je het gegeten? Gelukkig niet.
Ik heb ze verschillende keren hier aangetroffen in deze vlet.
Mijn moeder? Ja, zeker.
Al maanden ervoor zei ik dat ze hier staan,
op een andere etage.
En op een gegeven moment heb ik dus,
toen ik hier de honden uit ging laten,
stond ze hier bij ons voor de deur.
En toen heb ik gegeten en zei ik moest hier zijn.
Nee hoor, ik geniet van de prachtige uitzicht
dat jullie hier hebben.
Toen ben ik met de hondjes gewoon zo doorgelopen,
ze stond hier bij ons voor de deur.
En dat was nog zeker allemaal een maand van tevoren hoor.
Volgens mij is daar drie keer eerder geweest.
En volgens jullie? Volgens mij vaker.
Nog vaker?
Nou, ik weet het een aantal keer niet, maar...
Een aantal keer.
Ze heeft me al een aantal keer gebeld van die balstraat af en zo.
Wat? Ja.
Het was daar stond? Ja.
Wat moet ik doen, wat moet ik doen?
Echt waar?
En dan toch toch weer overreden.
Dat deed je dan wel?
Niet doen, lief je niet springen?
Ja, zoiets.
Ze riep heel vaak, want dat is toch hoe bizar is het ook dat wij dit allemaal weten.
En ze ventileren natuurlijk alles.
Ze beelden volgens mij ons allemaal op en ze kwam dan gewoon weer...
Ze beelden jou zelfs vanaf de balustrade, maar geluk geniet.
Maar dat ze dan vertelden, ik kon het niet,
want ik zag hem vooral met een kinderwagen lopen.
Of dat ze over de brandweer dan begon voor je, die moet je me straks bijeenrappen.
Dat kan ik weer niet aandoen.
En het probleem van...
Jeetje, kan ik helpen, kan ik er ondersteunen, kan ik met hem mee?
Moet ik dat wel doen?
Eh...
Moet ik mee die flet op?
Nee, moet ik dat allemaal laten zien?
Ik heb dat serieus gedacht? Ja, zeker.
Natuurlijk, je kan dat toch vreselijk.
Om iemand dat alleen te laten doen.
Ja.
Weet je hoe een goeie uiternaarzie gaat?
Daar zit je daarnaast en je houdt de hoofd vast.
Ik weet het, maar wat wij nu al hebben gedaan...
is al te bizar verwoord door iemand gewoon te laten gaan.
Terwijl je weet wat diegene gaat doen.
Laat staan, dat je dan meegaat naar die verschil.
Ja, nee, dat kon ik ook niet.
U was die dag thuis.
U stond aan de aflas.
De keuken bezig, ja, ja.
Er werd dus één verdieping boven u? Ja.
En wat heeft u van mij gekregen?
Er werd er geschreeuwd?
Was het een klap?
Ik heb niet gehoord.
Ik kan het niet horen dat u het bent.
Het is natuurlijk wel een klap geweest.
Mensen die het doen, die schreeuwen.
Dat is toch een angstkreet nog.
Oh ja? Ja.
Maar ja.
Dat weet u niet of mijn moeder dat ook had?
Nee.
Maar dan sta je met je theedoek naar beneden te kijken...
en dan kun je hier daar een vrouw liggen.
Ja, hier daar een vrouw liggen, ja.
Ik zag het graag.
Ja, aan de mutsje.
Ja, aan de goede mutsje.
De mutsje was daar af, dat lag daarnaast.
Ja.
Dus dat was gelijk al in mijn ochtend.
Dat is die vrouw die ik toen hier gezien heb.
Ja, dat schrik je wel hoor, echt waar hoor.
Er komt er al op je dak.
Ja, daar ligt een deur je vrouw.
Met allemaal bloed om daarheen.
Ja, dat was een bloed.
Ja, natuurlijk.
Ik heb het nog wel gezien.
Nee, maar daar gaat dat ook nu.
Maar dat is logisch, als jij een knal op je hoofd krijgt...
dan ga je je bloeden.
Ja.
Ja, toch? Ja.
Dus...
En ik meen dat meneer Hoeren derpt.
Je hebt het toen later geveegd.
Het is het moment niet opzamer.
Laat het op geveegd?
Het water of de bloed naar de put.
Ja.
Ja, daar kwam er niemand om dat te doen.
Eventueel.
Want er stonden ook mensen terug met kleine kinderkers.
Ja, die moesten in de auto blijven.
Ja.
Dat is logisch.
Ja.
Dat kan je niet maken.
Ik weet het niet.
Was het heel veel bloed?
Ja, maar aardig plassenachtig.
Ja, dat hebben we ergens.
Maar ja, dat zijn we dan wel gewend.
Daar komt altijd bloed mee.
Wat is het veel vaker gezien ook?
Dat de mensen beneden lagen, ja.
Ja, we hebben er nog één gezien.
Een johre.
Een johre? Ja.
Nou, dat is nog alleen een vreemde.
Alleen al in de afgelopen 15 jaar zijn in totaal 12 mensen...
waaronder mijn moeder van deze drie flets gesprongen.
Onder buurman Fijke Hogeterp,
die hier op de eerste verdieping woont,
heeft dus 11 jaar geleden het bloed van mijn moeder opgeruimd.
Wat fijn dat je mij wil ontvangen.
Ja.
Kom maar in.
Dat was wel een beetje naar, vond ik heel naar.
Dat is ook heel vreemd.
Je spoelt het weg en begint te rallen.
Oh ja?
Ja, dat is heel, heel vreemd.
Het waren net rond de balletjes.
Dat heb ik niet kunnen bevatten hoe dat nou waarom.
Maar dat vond ik heel erg, ja.
Dat was het allerslechtste werk.
Want iedereen was weg.
En toen dacht ik dat het allemaal al.
Ik heb emmerswater gehaald en scrobben erbij.
Maar dat is ook niet je taak, toch?
Nee, niet mijn taak.
Nee, nee, nee.
Wat is niet mijn taak?
Dat is met alles wat hier ligt, ruim ik op.
Of eigenlijk hoe wat er ook is.
Maar ik kon dat dan niet laten liggen zo.
Wat deed u op die dag, op die middag?
Ik weet dat die mevrouw, dat die moeder dan was,
hier naar binnen liep met een kogelakrat in hand.
En ik heb die mevrouw al een paar keer eerder gehad.
Die heb je naar binnen.
Maar ja, het kan toch, he?
Je weet niet wat hier allemaal woont.
En welke versietjes zouden mensen krijgen?
Die is zo naar binnen gelopen.
Met dat ik eraan kwam, liep die ook naar binnen.
Die ging in de lift.
Die liep met u samen naar binnen?
Nee, ik kwam vlak achter haar aan.
Maar ik ging dus de trap op rechtsom.
En zij ging in de linkse lift volgens mij.
Ik ben gewoon naar huis gelopen.
En we zaten aan de kopje koffie.
En eens een hele doffe druin.
Ik zag hier gebeurd.
Wat is dat? Wat is dat?
Dus ik loop naar buiten.
En ik kijk over de rand.
Ja.
En daar lag die mevrouw die ik dan gezien had,
met een zwarte puntje.
Dat was niet mooi gezegd.
Ik krijg de tip om ook te gaan praten met een vrouw
die in de flat aan de overkant woont.
Het verhaal gaat dat zij mijn moedersprong zelfs heeft te zien gebeuren.
Oh, hallo?
Weet u mijn vrouw Minnesma?
Eh...
Weet u van nummer 145?
Nee.
Oké.
Wat doe je met je afzet op de grond?
Wat doe jij nou?
Ja, ik heb zien te rookig iets.
Ja.
Dat is net als toen.
Ja, als je ook stopt.
Ik ben altijd geleden rookig, weet je.
Maar ik begrijp nu wat meer.
Nu je je zelfs door mama gebeld bent geweest vanaf de flat.
En ze zelfs hebben overwogen om mee te gaan.
Je was al verder dan ik wist.
Ik ben ook wel eens thuisgekomen dat ze een heleboel medicijnen had genomen
en een halve flesje never op had.
De huisartsbelden en zo dat ze dieren.
Het is een fles exakt.
Over de hoogte hebben ze geprobeerd?
De uithongeren.
En Herman Brood natuurlijk.
Dat was haar grote held.
Een grote voorbeeld.
Hij durft het.
Ik ben een slappeling en hij is een held.
Dat is de enige effectieve manier.
Ze heeft ook vaak rondgereden in de auto om te kijken welke boom.
En dan bang dat ze er slechter uit zou komen.
Terecht natuurlijk.
Mevrouw Minema heeft mijn briefje gevonden en neemt contact op.
Hi.
Ik weet nog waar ze lag naast het stoepje.
Achter die grijze auto.
Als je daartussen doorkijkt.
Dat is een stoepje.
Ik heb nu...
Zolang ik hier woonde zijn er elf gesprongen.
En op een gegeven moment dacht ik van, ik ga verhuizen.
Maar ik werd er heel boos om.
Ik weet nog, uw moeder komt het alles gaan.
Ik weet nog de volgende dag hoorde ik van, ze komt het alles gaan.
Ik vind het niet zo leuk om dat tegen je te zeggen.
Maar ik was zo boos.
En er is een gesprongen laatste dag een boom in Appelsgaar.
En dan ziet iedereen haar.
Ik vond het eigenlijk ook...
Dat denk ik, wat is het nou egoïstisch om te spreken voor...
Maar zo veel mensen, zo'n publiek bijna, zou ik kunnen zeggen.
Ja.
Hebben jullie ooit aan de munt red gedacht?
Ook toen in die uren dat het wachten waren, gedacht...
Wie gaan daar getuigen van worden, wie gaan dat zien?
Ik heb nooit over na gedacht, op dat moment van iemand, die gaat dat zien ofzo.
Nee, dat ben ik te veel met je zelf bezig.
Nee?
Nee, ik heb niet als je gedacht, totaal niet.
Maar nu ik zelf moeder ben geworden...
Daar wonen natuurlijk ook moeders met kinderen.
En mensen die op de fiets toevallig voorbij komen.
Ja.
Ik kan het niet verklaren, maar sinds de geboorte van mijn dochter Romé...
Ben ik meer dan ooit met mijn moeder en haar dood bezig.
Hoe we winnen mee, Romé?
Als of ik met andere ogen naar de wereld kijk, wil ik voor het eerst weten...
of de flatbewoners ook nog altijd last hebben van mijn moeder zelfmoord.
Huismeester Nico van Zanten liep die maandagmiddag toevallig met een bewoner naar buiten...
en was als eerste bij mijn moeder.
We zouden naar de ouder lopen.
Een moeder lag daar, dus dat was eigenlijk niet over het hoofd te zien.
Even kijken, dat is ongeveer hier geweest, hier net voor de stoeprand.
Dit is ongeveer de plek geweest.
Ik kan het meten dat je die kant of die kant, maar in ieder geval hier net voor de stoeprand.
Je probeerde ze snel mogelijk af te dekken.
Maar kijk, hoe of het kan, weet ik eigenlijk niet.
Maar in de tijd van de non-machine zijn er ook altijd een heleboel mensen die hier dan bijkomen.
De een zal er wat beter tegen kunnen als de ander, om te zorgen dat iemand in ieder geval...
niet daar heel ver leid van krijgt.
Probeer dat dan op die manier toch wat af te dekken.
Niet alleen mijn moeder, maar ook nog tien andere springers heeft Nico van Zanten...
in de afgelopen 15 jaar afgedekt met een deken.
Bennen doet het nog ooit, iedere keer is het al weer een schok.
Ik kan iedereen die hier van de flat afgesprongen is.
Dat kan ik qua gezicht nog wel voor de geest halen.
Maar ook wel een beetje op de manier, zoals ze laren en dergelijken.
Maar je probeert dat dan toch zo snel mogelijk weer een plekje te geven.
En het vergeten, vergeten.
Doe je het eigenlijk niet echt.
Maar bij mijn moeder was het heel typisch dat ze had een kistje bijden...
om makkelijk het erop te kunnen stappen.
Dat klopt.
Dat is een soort kerstbakkensoed.
Dat was meestal boodschap in D.
Inderdaad, dat klopt.
Want ze was klein, denk ik.
Ja, dat was niet zo heel groot.
Het trieste is dat deze mensen tot deze dag moeten komen.
Dat het eigenlijk niet op een andere manier kan.
En dat ze dus, zonder dat ze daar de intentie toe hebben...
maar daar wel aanheleboel mensen natuurlijk enorm veel verdriet voor je doen...
omdat ze hele trauma's mee laten oplopen.
En hier is een bewonster geweest, die kwam vanuit de rijbestelling...
en net op dat moment is hij hier ook van deze flat iemand afgesproken.
En die krijgt het bijna...
bijna op de hoofd.
Hoi.
Hoi.
Zeven jaar geleden werd Maartje Lautenbach...
metenaar geraakt door een man die naar beneden sprong.
Komen ze zo ver nog van de flit af?
Ja, maar kijk, als je hier zit...
ik denk dat ik hier zo fietsde en dat ik hier zo...
en dat het daar was.
Als je naar huis toe rijdt en dan denk je...
dan moet ik weer van het fietsenhoek naar de...
dan moet ik weer dicht tegen de paille aan.
En ik was ook heel blij...
dat daar een dakje boven zit.
Voor je gevoeltje aan een veiligheidsgevoel?
Ja.
Maakt u ook dat je dan sneller dan naartoe ging?
Ja, draaien soms.
Draaien soms.
Renden soms.
Maar ik weet niet meer hoe lang dat geduurd heeft, hoor.
Alles slijt, slijt.
Dan denk je, waarvan moet dat?
Want nou, heb je hier...
iedere woning heeft zo'n beetje 70 woningen.
Dat zijn even 210 woningen.
Mensen die thuis kunnen zijn, dat hoeft niet.
En die zien dat dan.
En die krijgen dat dan maar in de maag gedraaid.
Die moeten we dat maar aanzien.
Ligt u daar van wakkers nachts?
Nou, nu niet meer.
Maar wel een positie, zeker al drie, vier jaar daarna nog wel.
Dat beeld zag.
Wat komt er een in je onbewustheid en in je droom?
Ik ga het vaak nog horen, bij mij hoor.
Je ziet dat er een zoveel in een vlaag.
Wat gebeurt als u het elf keer meegemaakt?
Maar wat gebeurt er dan?
Heb je dan minder vreugde in het leven?
Ja, eerst wel.
Het is zo raar.
De laatste keer, toen dacht ik, daar is weer niemand gesprongen.
Alsof ik het een muurtje omheen gebouwen.
Want ik ben niet verhuisd.
Ik dacht, ik moet gewoon leren hiermee om te gaan.
Je hebt wel een gedachte, denk ik, ja.
Een ander wordt er wel weer even mee opgezaald.
Met iets, een probleem van iemand.
En dan denk ik, ja, wat bestield nou iemand om hier nou te...
Omdat we het niet konden.
En wist niet waar ze vandaan kwam.
Wat bestield nou mensen om zo een keer van die vlet te springen?
En u wanneer hoorde u het?
Ik wist wat ze ging doen.
Ja?
Ook hoe?
Nee, ik kon ze niet tegenhouden.
Ik heb er niet willen tegenhouden.
Nee.
Uiteindelijk hebben we er laten gaan.
Wetend wat ze ging doen.
Wetend wat ze weer hier nou toe zou gaan.
Maar je wist het?
Ik wist die dag wat ze ging doen.
En ik had haar kunnen tegenhouden.
Maar ik heb haar niet tegengehouden.
Dat verwondert mij wel.
Dat je zegt, we hebben haar laten gaan.
Want we wisten dat ze het zou doen.
Wat verwondert u precies?
Nou, denk ik, ja.
Waren jullie er al helemaal klaar mee?
Er was niks meer naartoe.
Omdat we met de rug tegen de muur stonden, was ik echt geen ander uitzicht.
Mijn moeder heeft bomen uitgezocht waar ze tegenaan kon rijden.
Die vierde keer dat ze hier kwam, is ze gesprongen.
En ik wist dat.
Vierde keer?
Ja.
En heeft ze daarover verteld?
Ja.
Wat ze zag?
Welke verdieping?
Ja, alles heeft alles verteld.
Dus waarin die zijn ook een beetje bondgenoten geworden...
...van haar strijd om een humane dood.
En toen het niet lukte om autonucie te krijgen, werd dit de enige mogelijkheid nog.
En als je...
Het is onvoorstelbaar dat ze dan geen autonucie kan krijgen.
Ja.
En dan snap ik dat ze gaat springen, maar dat er dan zoveel mensen hebben...
...die haar hebben ze hier liggen en mee hebben gemaakt.
Dat nog altijd in het hoofd zijn.
Ja.
Hoe heb je dat kunnen verwerken?
Want toen ging het telefoon en toen...
...en daar hebben jullie haar nog kunnen zien?
Ja, ze lag hier de oude centrum opgebaard.
Ja.
En er was één specifiek punt in de kamer waar we dan op konden staan...
...en dan amperofiel was er nog enigszins te herkennen.
Dus het is ook een deel op de achterhoofd.
Zo gevallen, nu ze weggeslagen.
Die hebben ze weer weggezet.
Maar we hebben zo'n massel gehad.
Ja?
Ja, want de gezicht was nog wel vrij intact.
Er zijn ook suicides waarvan ik heb gehoord dat die zo zijn toegetaken...
...dat familie alleen maar een hand of een voet kan zien.
Omdat je dat mensen niet aan kan doen.
Dus op zich, wat ik heb gezien...
...was wel een moeder die na al die jaar rust had.
Ik vind het heel verrassend wat mij nu verteld wordt.
Dat had ook wel gebeurd.
Dat je haar loslaat.
Ja.
Ja.
Ik ben er gewoon even stil van.
Ik vind dat heel bijzonder.
Ik vind het ook heel mooi, weet je dat dit?
Ja?
Ja, ja.
Het ziet er eentje uit uw mond, wat raar eigenlijk...
...want het is in uur achtertuin gewoon gebeurd.
Ja, maar ik vind het wel heel mooi dat ik dat...
...want nu denk ik, nu ik met Jopra, denk ik van...
...dit is een soort plekje geven ofzo.
En ik heb dat niet een plekje kunnen geven.
Ik weet niet van achtergrond en ik word dan boos...
...maar dan kan je dat ook omzetten in wat anders.
Dat je denkt van...
Ja.
Dat ik heb geen reden om boos te zijn, zeg maar.
Nou, toch wel, natuurlijk.
Nou, nee.
Ja.
Nee, dat heb ik wel...
Ik denk dat dat wel meer weg hebt nu ik dit weet.
Ja, want...
Ja, omdat ik wel...
Het moet verschrikkelijk zijn geweest zo te houden...
...voelden en dan denk ik, en anders dan geen uitweg is...
...en er is helemaal niks en niemand die haar kan helpen.
Nou, dan moet je toch.
Ja.
Ja.
Ja.
Als psychiatrisch patiënt kun je niet of nauwelijks bewijzen...
...dat je ondraaglijk en uitzegeloos leidt.
Maar hoe hebben mijn moeders artsen dit des tijds beoordeeld?
En staan ze nog steeds achter hun beslissing...
...om geen euthanasie te verlenen?
Mijn moeder's psychiater verwees ons voor het euthanasiegesprek...
...door naar Vonstolen.
Chef de Kliniek van het Universiteerscentrum Psychiatrie...
...van het ziekenhuis in Groningen.
En voorzitter van de commissie die de richtlijnen voor euthanasie...
...in de psychiatrie heeft opgesteld.
Ja.
Toch niet te holen.
Welkom.
Dank je wel.
Elf jaar geleden zaten mijn zus en ik samen met onze moeder...
...bij hem in de spreekamer.
Waarom?
Waarom kreeg mijn moeder geen euthanasie?
Als de behandeler de psychiatrits zelf eigenlijk nog...
...niet mogelijk vindt, dan kan het sowieso niet.
Dus het kon eigenlijk ook niet.
Eigenlijk, de behandelen en psychiatren van uw moeder...
...die had eigenlijk daar ruimte voor moeten zien.
En ik had die psychiatren misschien kunnen zeggen...
...nou, ja, tuurlijk, doe het.
Dit past helemaal in de criteria.
Maar dat kon ik niet zeggen.
Waarom niet?
Omdat aan één van de criteria niet is voldaan.
En dat er nog behandelperspectieve zijn.
Dag.
Dag.
Dank je wel. Steedig hand.
Mijn moeders huisarts Herman Hoekstra...
...wist zich in mijn herinnering dan...
...geen raad met mijn moeders herhaaldelijk verzoek...
...om hulp bij zelfdoding.
Maar was het op dat met geen haar op je hoofd om haar te helpen?
Nee, nee, nee.
Want heel vaak is het zo dat ik zag...
...in toen, toen, wat was het?
Ik had toen 30 jaar ervaring.
Dat wanneer je mensen opnam...
...dat ze even door de dal heen gingen...
...of ze gingen even die berg door...
...en ze kwamen weer terug en dat was een evenwicht bereikt...
...en daar waren ze over het algemeen gelukkig over.
Dus dat maakte die vraag van je moeder heel gecompliceerd voor mij.
En ik heb haar ook gezegd...
...daar doe ik niet aan mee.
Ik geef jou geen middelen.
En daar zat ook achter.
Ik wil dat hele circus niet meemaken.
Dat ik met een officier van justitie te maken krijg.
Maar er zat ook iets anders bij...
...dat ik heel goed begrijp...
...dat ze echt leed.
Ja, en niets is ongemakkelijker...
...dan in een spaghater zitten.
Nou, dat gevoel had ik.
Je kan zeggen dat het struikelblok was...
...dat je vanuit je professies zou kunnen zeggen...
...dat er wel reële behandelmogelijkheden zijn.
Dat vond ik op dat moment.
Dat kon niet meer.
U was onze laatste hoop.
U was de laatste hoop voor mijn moeder.
En na dat gesprek is hij ook echt volledig ingestort.
Sterker nog, de dag na dat gesprek is hij voor het eerst...
...nog een munitulit gegaan. Nu was het gewoon.
De deur bleef dicht.
Dat was...
Verlopig wel, ja.
Er werd gewoon zegt met een dossier van 11 jaar zo dik.
Nee, u heeft geen recht op etenatie.
En dus moest het zelf doen.
Ja, zo was het toen over jullie.
Ja.
En...
Dat was toen voor jullie al zo.
Ik denk dat ik toen niet...
...van overtuigd was...
...dat ze zich zo suicideren.
Ik heb daar toch wel...
...toen...
...ik heb niet gedacht van jullie gaan de deuren uit en dit is...
...afgelopen zo.
Toen u hoorde dat ze dus niet meer gesprongen was...
...wat dacht u toen?
Dat had ik eigenlijk...
Iedereen willen besparen.
Maar ja, dat kon ik gewoon niet.
Ik bedoel...
...niet dat ik dat niet wilde...
...maar ik kon het geval niet.
Toen niet? Nee.
Nu wel?
Nu praat ik over je moeder. Ik denk dat ik dat nu zou kunnen.
Ja.
Want ik vind het nog wel wat, hoor...
...dat jullie weg hebben en ze gaan.
Jullie blijven alleen achter, maar zij gaan ook alleen weg.
Dat vind ik...
Ja, dat is...
Dat is eigenlijk te gek voor woorden.
Ik heb het gevoel als ik het allemaal in jullie werk heb gedaan.
Nou, misschien wel.
Terwijl wij op dat moment misschien wel veel meer dachten van...
...maar dat is ons werk ook niet.
De laatste vijf jaar...
...besef ik wel dat er werkelijk mensen zijn...
...die bevrijd worden...
...wanneer ze afscheid kunnen nemen.
Dat realiseer ik me wel.
De laatste vijf jaar? Ja.
Dat de autonomie van de patiënten heel belangrijk gegeven is.
De autonomie van de mens.
En als ik dan daar nu even specifiek naar die groep kijk...
...die dus ondraaglijk leidt, en dat mag zomaar het is en psychisch zijn...
...dan denk ik, hulp is misschien ook wel niet meer behandelen...
...maar op het verzoek ingaan.
Exact.
Maar ik wou...
...dat we dat toen anders hadden kunnen doen.
Maar ik was nog niet zover.
Wij wel.
En jullie wel.
De huisarts van mijn moeder, en de psychiatie mijn moeder langer tijd heeft gehad...
...die zeggen, Anno nu, met de kracht die je moeder toen had...
...zouden we haar nu hebben geholpen. U ook?
Nee, nee, nee.
Misschien uiteindelijk wel, maar ik denk dat ik hetzelfde had vies had gegeven.
Het is bepaald behandeling, nog geprobeerd zouden worden.
Hoe wist u dat mijn moeder zo verleden?
Ik wist het niet.
U wist het niet? Nee, ik wist het niet.
Maar u weet omdat ik het u vertelt.
Ja, ja.
Dan verbaat ik me wel over.
Hoe kan dat?
Wie zou mij op de hoogte hebben moeten brengen...
...misschien de betreffende psychiade, als u het wist.
Ja, dat had gekund.
Waar heeft u dat altijd, als iemand van u...
...hoort, nee, geen euthanasie?
Dat houdt u niet bij, wie?
Ja, hoe moet u dat bijhouden?
Hoe moet u dat bijhouden?
Ja, er is ook daarin altijd wel een zeker beropsgeheim.
Als iets met een patiënt gebeurt, dan is het niet zo...
...maar aan andere rapporteerd wat daarmee gebeurd is.
U heeft zo belangrijk werk.
U beslist daadwerkelijk of iemand de persoon zelf...
...met de familie omheen een zachte dood krijgt.
Of niet?
Ik zou het best willen weten.
Dat zijn niet altijd leuke boodschappen.
Maar ik zou het best willen weten.
Dat is ook in die werk als je dat werkelijk feedback krijgt en hoort van jeugdje.
Ja, natuurlijk.
Wil je zo ook dingen weten?
Deg maar, waar, mama? Welke clip? Waar, mama, is geval?
Of jij ze liever niet?
Nou ja, als we er toch zijn.
Dan wil ik het ook wel weten.
Dan maken we het ook helemaal af.
Ik heb een ene blauwe blokje.
Oh, je denkt dat daar iets?
Wie is het toch? Is dat een beelde?
Oh, dat weet ik niet, ze heeft niet gezeld.
Ja, je hebt gelijk een ene blauwe blokje.
Die tweede blauwe blokje, de boven eigenlijk.
Ja, precies.
En dan waar?
Ja, daar.
Nou, wat ik begreep is, mama, is bij die brandtrap...
...dan de 11e.
Naar beneden gaan.
En dus hier...
Wat leuk, hoor.
Ja, hier.
Hier, niet recht omhoog.
Je hebt er aan de railing beet gehouden, daar boven.
Hoe voelt dat?
Ik kan me er niet meer voorstellen.
Dat zou durven.
Nee.
Jezus, wat hoog, zeg.
Oh, het hoog.
Dat is ook een hollabbe.
Hier.
Ik vrik je er toch toch op.
Ja, toch wel.
Zo.
Hier is het veel echter.
Als je het hoort of het indenkt, dan is het zo...
Ja, zo abstract-achtig.
Maar dit is zo...
Ik voel gewoon een smak met wat voor een snelheid zoiets moet gaan.
Het is gewoon...
Oh, het hoog.
Het was een middel.
Ja, ja.
Gooi.
Ja, oké.
Ja, ik heb het goed gehouden.
MUZIEK
TV GELDERLAND 2021
