Gewoon, normaal. Niks te vragen. Het is niet anders.
Zo moet ik het zeggen. Het is gewoon zoals het is. Ik weet niet beter.
Ik heb het niet slecht, maar ik heb het ook niet goed. Gewoon normaal.
Ik leef vandaag op dag.
Ik ben niets geworden. Ik ben gewoon zoals ik ben. Ik heb nergens voorgeleerd.
Waarom moet ik geworden zijn?
Ik ging met m'n 14 jaar al werken, dus ik heb nooit nergens voor kunnen leren.
Financiëer betreft ook.
Ik had niks aan het persen doen. Ik had niet een keer op vakantiegang.
Ik had niks.
Dat zit er gewoon niet aan.
Ik heb een keer in die gifbotserlaag. En daar is wel wat duurder.
Het enige wat ik weet is dat ik hem enorm fascinerend vind.
Maar waarom dan eigenlijk?
En waarom ben ik zo geïnteresseerd in hem en in zijn leven?
En waarom raakt hij mij?
Dit? Dit is mijn ogenbouwman.
Voel je je wel eens gevangen?
Ja, waar is ik gevangen? Ik voel me nergens wel eens opgesloten, ja.
Hier in huis. Dat ik nergens naartoe kan.
Dat ik financieer gewoon niet weg kan.
Ik zou ook wel eens een keer in een dag weg willen.
Of een keer lekker uitgeleten.
Dat kan gewoon niet.
Ik zit in een dag thuis.
Vandaag lopen we een keer rond te gaan doen.
En voor de verderes kunnen er toch niks.
Dat zit er financieer gewoon niet aan.
Dat is tegenwoordig.
Er zitten veel mensen thuis alleen.
En vind je het erg om alleen te zijn?
Soms wel.
Soms wel.
Dan heb ik wel eens hier de paar dagen die geen mens gezien of gehoord hebben.
En dan zit hij hier maar een beetje.
Ja, dan heb ik gelukkig die boven die hobby heb.
En ik ja...
Hoe moet ik dat nou uitleggen?
Het is niet fijn om alleen altijd te zijn.
Ik zou dat niet gebonden willen zijn.
Dan de vrouw, dat zal ik niet zeggen.
Maar maar echt om de...
Nee.
Het is niet gezellig, nee.
Ja, die is helemaal moeilijk.
Nu zie ik mezelf...
Dan moet hij voor de spiegel gaan staan, denk ik.
Dan zie ik mezelf, maar dat weet ik toch niet.
Ben je wel eens bang?
Ik ben niet bang.
Waarom moet hij bang zijn?
Als ik bang ben, dan heb ik helemaal geleven.
Als je leen bent.
Als je tegenwoordig hoort waar er al de bier op zit.
Als je tegenwoordig hoort waar er al de bier op zit.
Als je tegenwoordig hoort waar er al de bier op zit.
Als je tegenwoordig hoort waar er al de bier op zit.
Als je tegenwoordig hoort waar er al de bier op zit.
Als die oude mensen erheen geroepen worden en daarover werken.
Als die oude mensen erheen geroepen worden en daarover werken.
Als je tegenwoordig hoort waar er al de bier op zit.
Als je tegenwoordig hoort waar er al de bier op zit.
Dus dan kan ik niet zeggen dat ik bang ben.
Waar moet ik m'n eigen naam her сыnt?
Ja.
Ja, waar moet ik?
Ik heb niks.
Ik heb niks te maken, denk ik.
...door die foto's, toch?
Door die foto's, meer niet.
Nou ja, anders dan geef ik de brand er hier gelijk af.
Het eerste waar ik doe is door die twee foto's te gespakken.
En dan die foto's van de non.
Wat is jouw jouw? Wie is dat?
Wie is dat?
Is dat mannenkeren in de Kloosterstraat?
Nee, jouw, jouw, jouw. Sorry, mei, nee.
Ik kan er niks op zeggen.
Wie is jouw, jouw?
Nou, nou.
Dat vertellen we, weet je niet, Schat?
Dat kan toch niet?
Ja, maar ja.
Ik hoort het tegen alle mensen die vertellen, hey, ik ben dit, ik doe dat, ik doe dit, ik doe dat.
Dat kan toch niet?
Ik vind het zo raag.
Ja, vind je dat raag?
Ja.
Of je jezelf wil iets zeggen?
Ja.
Dat je jezelf wel liever aan de zij lijkt?
Bijvoorbeeld, ja.
Ik luister maar wat de mensen zeggen en dan reageer ik wel.
Maar ik denk, ik kan niet zeker van m'n eigen iets van m'n eigen.
Vind je jezelf een optimist in het leven?
Moeilijk wordt, vaste.
Omdat je positief naar het leven kijkt, toch?
Ik kijk wel eens positief om tegen te maken, maar ook negatief.
Tuurlijk.
Ik denk dat m'n eigen van, ik bekijk het maar allemaal.
Maar ik heb positieve dingen, ja, natuurlijk.
Dat is niet zo moeilijk.
Als ik eerst naar het toegaan, naar de winkel, of zo, in een calipratie maken met de mensen.
En zo'n leuk gesprek hebben, dat vind ik wel positief, ja.
Maar dat vind ik wel fijn, ja.
Maar ja, dat had ik ook gelijk mee gehad.
Denk je dat je ooit onbezorgd in het leven kan?
Dat ben ik al, onbezorgd.
De mensen zoals ik erover denk dan, onbezorgd.
Nou, ik heb er, ja.
Mag ik even zeggen, ja, onbezorgd.
Nee, ik heb er, nee, die.
Onbezorgd, wat is dat eigenlijk?
Onbezorgd, ja.
Oh, gemerkt je toch?
Ik heb dan zonder zorgen.
Ik heb het net nog gezegd financieel, dat je niks kunt.
Dus dan weet ik wel wat zorgen zijn.
Eindelijk begrijp ik waarom ik mijn overbiemman uitgekozen heb voor het maken van een documentaire.
We hebben zoveel raakvlakken.
Dezelfde denkwijze, dingen hetzelfde voelen en doen.
Van niets maakt hij iets.
En hij gaat door, terwijl hij meteen heel veel stilstaat.
Waar ik gelukkig van word.
Als ik andere mensen kan helpen.
Dus ik weet niet wat hij is.
Het liefst de ouderen mensen.
Ik heb ook eens een tijdje bij een mannenke gewerkt van 90 jaar.
En dat je, ja, hoe moet ik nou zeggen, de gegaan van heel goede gevoel.
Dat is heel raar, maar dat weet ik niet.
Ik heb zelf nooit een opa voormagikant.
Dus misschien is dat waar geweest.
Maar dat vond ik wel zo fijn.
Ja, het is jammer dat je nou dood is, als 90 jaar geworden.
Dat gaat mij een goede gevoel, ja.
Heer raar, maar...
Dus je vindt het klaarstouw, maar anders vind je heel belangrijk.
Ja, ja.
Als ik iemand kan helpen.
Ja, ligt er maar wat is, maar...
Ja, dat heb ik altijd eigenlijk al gedaan, ja.
Vroeger was kind al, als de mensen in de straat vroeger een chef kwam van mij eens een boodschap doen.
Ik reed er vroeger, ik reed er vijf centen, als ik een boodschap deed.
Het liep te hard.
En dan ging er van mensen in.
Mijn moeder deed het niet, want ik reed er niks.
Ik reed er vijf centen, dan ging ik ook geen boodschap doen.
Maar als de puurvrouw, een chef kwam van mij eens een boodschap doen.
Ja, dat liep er wel, want ik reed er vijf centen in.
Ja, dat was vroeger, ja, nou.
Dat weet ik nog wel.
En als je er twee schretten koopt, dan doet het twee en een half cent per stuk.
Dat weet ik ook nog.
Ja, dat zijn mooie tijden mee.
Dat waren af en toe mooie tijden, vroeger.
Weerder als nu.
Ja, goed, ja.
Nou, goed.
Nog meer.
Jongen dames.
Dat we denken.
Nee, het is onderhand waar je nog geweest.
Hij doet het met wat hij heeft.
Dat is iets wat mijn ogen openen.
En eigenlijk lijken we heel veel op elkaar.
