
N:o 14573.
Slaat en Inventaris des boedels en nalatenschaan
van den des nagts tusschen den 19:' en 20:' december des Jongst afge„
„lopene Jaars 1763. overleden Copitain Lieutenant ter zee ten dienste
der E: Comp: den manhaften Iacobus Clacijs, zodanige die door
hem mer 'er dood ontruijmt en nagelaten is
gedaan maken door Den heer Simon Iosephe majoor
der burgerije Etc: Etc: als Eecuteur in den testamente van
Aanhalten Iacobus Claeijs den 28:' 8ber:
N=o 14071.
O Huijden Den 28.' October 1763:
D
Compareerde voor mij Andries Jan Zalle
Notaris publicq bij den Edelen reve van holland ende
Edele hooge Regeeringe van neederlands Jndin gead„
mitteerd, binnen de stad Batavia resideerende ter
Presentie van de naargenoemde getuijgen.—
Den Manhaften Iacobus Claijs, cap:t
Luitenant ter zee in dienst der E: Comp:e thans
in loco my bekend.
Dewelke hoewel ziek van Lichaam mij Notaris Egter
met volkomen verstand en onverwaarde uijtsprake te
kennen gaff uijt Eijge, vrije en onbedwonge wille, zonders
6
inductie off persuagie van Imand, genegente zijn om over
zijne tijdelijke goederen Testamentair te disponeeren, doende
zulx mits desen na voorgaande revocatie van alle
Testamenten Codicellen en andere makingen van
uijterste Wille Diehij pro dato mogte hebben gemaakt
Lofte gepasseerd, en wel inzonderheid ’t Testament, door
lem in dato 29.' aug: deses Jaars voor mij Notaris
en getuijgen verleeden.—
En als nu de novo disponeerende zoo verklaarde
:
de Testateur te maaken en bespreeken de volgende
legaten als.

Aride nederduijtsche gereformeerde armen vant
dorp Grroede gelegen in stads vlaanderen, Een
duijsent Guldens, van 20 Swaare St:s ieder.
—
en
Aan Michiel Faro ten brengen: dorpe
woonagtig, Een gelijk montant van Een duijsend guldens,
Aan Sara Saro, remoreerende ter voorsz: platse
een Even zoo veel bedragen van Een duijsend guldens. —
Aande weduwe van der Net en zoon Cooplieden tot
Rotterdam te zamen insgelijx Een duijsend gelijke guldens
Aan de Heeren Dijken en Mulder tot amsterdam
„
met hun beijde almeede een gelijke somma van Een duijsen
guldens.
Aande

ren Amen
honderd vier en dertigh
mij Johan van
nd, en d’ Edele Hogerege
ad Batavia residerende
is Pasquisal
schepenen deser stede
Cff„r Gijsberta
oost zijde van de grote
gezoudende Comp„e
n passeren dezes aan
uijt hunne vrije wil„
re naarvolgende
voorgaande testamen
e, hun voor dato deses
den zij testateuren uijt
ragende, reciproce dat
levende tot zijn ofte
name te nomineren
rende als ouroerende
slavinne, actien en
gezonderd, ook hoe ge„
te mogen wezen, omme
vende van hun beide
ar mede gedaan En
evallen, zonder contradete
van

