N: 27094
op Heeden den 27:' Januarij A„o 1778
Des Agtermiddags de Klokke Halv Zes
Compareerde voor mij M„r Egbert Blomhert
notaris publicq bij de Edele hooge Regeering van
Nederlandsch Jndia geadmitteerd, binnen de stad
Batavia resideerende present de natemelden
getuijgen den Eerz: Broer Broerse, onderstuur
man ten dienste der E Comp bescheiden op
Comp schip: De Jonge Petrus Alberties
thanrs en lolo my bekend
Dwelke ziek van Lichaam met zijn
volkomen verstand en duidelyke uytspraake
mit notaris te kennen gaff, genegen te zyn
uit Eige Vrie wille, zonder inductie off persiatie
van imand over zyne met de dood natelatene
goederen testamentair te disponeeren; met Revo
catie van alle zijne Door dato deeses gemaakte
off gepasseerde testamenten Codicillen off andere
actens van uiterste wille En op Nieuws ter
dispositie komende verklaarde den testateur
onder betuiging van geen onders nog kinderen
in leven te hebben tot zijne en algeheele Erfgenaem
te nomineeren en institueeren Mons=r Stephonus
Putool, meesterknegt der Timmerlieden
van den Train en dat in alle zyne met er dood te
ontruimen en natelaten Goederen zoo roerende
als onroerende actien in Crediten niets uytgezonder
den zelven teffens tot Execuleur deser testamente
redderaar
inge dig parthij stellende offquaade
belaalders door middelen van regten te Constringeeren,
varle
indien gevalle„ Termijnen regten te observeeren,
wijders sententien te hooren pronuntieren, de
voordelige ter Eecutie te brengen, en van de nadeelig
voor een hooger regter te appeleeren, ook,des geraaden
vondende, te mogen accordeeren, Compromitteeren, en
in
en
te
ven Amen
honderd vier en dertigh
mij Johan van
nd, en d’ Edele Hogerege
Batavia residerende
's Pasquesde
uij
epenen deser stede
S
d„r Gijsberta
in
st zijde van de grote
25
houdende Comp:e
k asseren de zes aan
se uijt hunne vrije wil„

naarvolgende de
„orgaande testamen
hun voor dato deses
20
„ Zij testateuren uijt
gende, reciproce dat
vende tot zijn ofte
mete nomineren
ende als ouroerende
avinne, actien en
langhonderd, ook hoe ge„
1
lb
nogen wezen, omme

ide van hun beide
t„
mede gedaan En
de
llem, zonder contrader
van
