d

In den Naame Godes amen
.
kennelijk zij een jgelijk die het behoord, dat ik paulus looman, eerste ge„
Liet
swoore klercq ter secretarije van het Cormandelse gouverneuent staande
onder het gesag van den Edelen heere Galenusmersen, raad Extra„
ver„
ordinaire van nederlands Jndia, mitsgaders gouverneur en direc„
von„
teur deser Custe, present de natenoemene getuijgen, heeden den
1e
agsten September dino Een duijsend sevenhonderd zeeven en veertig
des avonds de klocke zeeven uuren, op voorgaande verzoek mij vervoegt
na„
hebbeten woonhuijse, en voor de perzook van Mons:r Anthonij Antho„
mel
nijsz: Rok, boekhouder in dienst der EComp: alhier, en me Juffrouw
en
Renolda De Visser, beijde Egtelieden mij eerste Clercq ende getuijgen
bekend, woonagtig binnen desen casteele, zijnde den testateur
s te
ziekkelijk, dog de testatrice gezond van Lichaame, en beijde haar
eveld
verstand, reeden en memorie ten vollen magtig, zoo mij eerste Clercq
zijn
en de getuijgen opentlijk bleek, dewelke te konnen gaven, dat uijt
16
adig
ofrdenckinge der brookheijd van 'smenschen Leeven, de zekerheijd des
doods, ende onseekere tijd en mire wandien, seraade geworden waren,
eistsie
alvoorens uijt dit Leeven te scheijden, bij desen te maken en sluijten
maan
daar Testament en tedisponeeren over de middelen, haar van
ve
den almagtigen genodiglijk verleend, zulx doende uijt eijgen vrije
en onbedwougen wille, sonder inductie, aanradinge off verleijdin„
„en
ge van niemand / verslaerde zij Testateur na voorgaande Chritelijke
e
de commandatie, wan Tiel en Liohaam, te revoceeren,
inse
casseeren, dood en te niete te doen alle voorgaande tesamen„
dis„
ten, Podicillen, off eenige andere makinge van uijtterste wille.
e
die zij voordesen mogten gepasseerd, of verleeden hebbend, en wel
speciaal zeeker muueel Testament door de testateuren op
dat

den 11:' Julij anno 1733. te palliacatta voor den doenmaligen geswoore„
10795
scriba aldaar Iacobu Bormieus, ende daar bij vermelde getuijgen
grden
oprgeregt, niet willende dat eenige derzelve 't zij in ’t geheel, often
vo
deele zal naargekomen, maar voor nul, en geenerwaarde moeten
gehouden werd
reest
—
Een nu dan ter beschickinge treedende, verklaarden de testateu„
ken voor af, dat of schoon de twee meijsje adriana, en
Pag:
Juliana, uijt de slavinnen Leonora, en WWremelina in huijs
bevooren zijn, de zelve egter door de testateuren als eijgene
en
kinderen werden opgebragt, buijten dat ze nog van europese
e aam
Naderb.
n:
aeep o
in
o
6
