
teu, sccludeerende sijn Edele dierhalven van de beheering en mede
maneance van mijn natelatene boedel en verkiese en institueere
op nieuw in steede, van zijn E: tot meede Executeurs de Heeren Dirk
Huijs, boekh: en soldij houder en Marten Mellin oud boekh: en gecommit„
teerde in de munt alhier, met sodanige Ample magt en authoriteyt
als testamentaire Excecuteurs naar regten soude mogen Competeeren,
even en in diervoegen als hij het voormeld beslooten Testament, ten
opzigte van de overige Executeurs, als meede begeere ik de slave
Jongen Ezechiel en slavinne Thamar die beijde moeten dienen bij
mijne Dochter Anna Elconora Pietersz: zoo lange dat zij getrout is,
daar na verklaare ik aan de Twee voorm: slaaven a: Jder 10. pag: uijt
de boedel te geeven en vrij te Laaten gaan, van alle slavernij, mijne
meening en begeerte dien aangaande ter nedergesteld is.
Nagapatnam Den 9. Meij anno 1774. /:was getee„
kend:/ Cornelis Pietersz:
De acte van superscriptie was luijdende. —

Heeden Den 21. Meij Anno 1774. —
Compareerde voor mij Willem Duijnevelt secretaris van het
cormandels gouvernement, present de natemeldene getuijgen den
heer Cornelis Pietersz: oud koopman, adigaar deser buijten stad,
en muntmeester alhier, dewelke mij secretaris, een op
vier plaatsen met zijn E=s Cachet versegeld papier overhandig„
de, onder betuijging dat daar in geslooten was, en door een twee„
de hand, en op een vel van 5. rijxdaalders geschreeven, mits„
gaders door zijn E: onderteekende nadere Codiciclaire dispo„
Litie, die sijn E: begeerde, dat deselve na sijn dood volkomen
stand
