O
gagie aangaat, waar toe Haan Hoog Edele Hoog Agtbaarheedens guns„
te bij deesen Eerbiedig imploieerend, Alle het geene dan hier vooren
staat, versoek ik, dat in alle zijn deelen mag Nagekomen, en agter„
volgd werden, verklaarende den inhoude van dien te weesen mijn
Testament, laaste en uijtterste wille en begeerte willende en begee„
rende, dat het selve na mijn overleijden volkomen stand greijpen
en Effect sorteeren zal, t zij als Testamente Codicille off te eenige
andere makinge van uijtterste wille, zodanig het na regten best
zal konnen bestaan, Alwaar het schoon, dat alle solemniteij„
ten na scherpheijd van Regter vereijsschende waren Geommit„
teerd, die ik verklaare in deesen te houden voor G'insereerd, ver„
soekende ten dien fine het Nobule et Benigmim officiem
Judicis, van alle 's Heeren Hooven Regten en Regteren.
Nagapatnam Den 27. Januarij Anno 1770. /:was getee„
kond: Cornelis Pietersz: —
De Acte van Superscriptie was Luijdende.
Vn Huijden Den 5. februarij anno 1770.
Heb ik Willem Duijneoelt, onderkoopman en secretaris van
het Cormandels gouvernement, op voorgaande versoek mij met ad„
sistentie van de natemeldene getuijgen, vervoegd, ten woonhuijse en
voor de perzoon van den heer Cornelis Pietersz:, Coopman Munt„
meester, en adigaar deser buijten stad, weduwenaar wijlen Mejuf„
frouw Charlotta Constantia van Lawik, mij secretaris, en de
getuijgen bekend, zijnde gezond van lichaam, sijn verstand,
Reeden, en memorie ten vollen magtig, en met goede uijtspraak
gebruijkende, dewelke mij secretaris ter hand stelde dit besloo„
ten pacquet, met desselfs gewoon kachet op vier Distincte plaat„
sen verzeegeld, met versoek en nog op te willen stellen de Cha„
chetten van mij secretaris ende getuijgen, ’t welk als twee van
mij secretaris, en van Jeder der getuijgen een geschied zijnde, ver„
klaard

en
ter
2n2
na

ul„
sen
