
gen, ende overige -74. per Cento voor dee selver te neemene moeijte
en te dragene zorge onder haar, nevens David Davidsz: verdeelen,
dog ingevalle ze geen hooger intrest dan -½. percento /maands zullen
kunnen bedingen, en bemerkende, dat op het staan blijven op
den Jntrest van drie quart ten hondert het geld renteloos zal blij„
ven leggen, zoo zullen zij van die bepaaling van ¾. p:r Cento wel„
mogen affweijken, en zig vergenoegd houden met die half per
Cento, en het selve in ’t geheel ten voordeele van den boedel te bren„
gen.
Bij vertrek off eenig onverhoopt sterf geval van een off meer dier
voormelde Heeren Executeurs, zal derselver plaatsen in gevalle
sulks noodzaakelijk weesen, en G'oordeeld werden mogte, met
adveijs en volle toestemming van mijn zoon Pieter Jacobus,
door andere vervuld moeten werden, houdende weijders aan mij
ten vollen gereserveerd, om zoo ten deesen opzigte, als alle andere
schikkingen, zoodanig verandering te maaken, altereeren, en
amplieeren, als zij lieden nodig oordeelen zullen secludeerende
mitsdien alle Heeren Magistraten, weesmeesteren, Curatoi, adli„
tes, off andere als alle deselve en een ieder van hen, in ’t Rijson„
der van alle dies aangaande te nemene moeijte, te dragene
Consent off andersints beleefdelijk Excuseerende bij deesen. —
wijders zal op mijn affsterven, geene goederen in den boedel te vin„
den, en tot deselve gehoorende, verzeegeld mogen werden, maar zoodanig
als ze zijn gelaten werden dewijl verzeekert ben, dat mijn zoon sie„
ter Jacobus, soo wel als genoemde David Davidsz:, wel de nodige
zorge sullen dragen, dat niets wegraaken, off gestoolen werden, dog
de sleutels van de Juweelen Kasjes, en die der goud, en silver werken,
sullen ten eersten in de kist daar de Contanten en obligatien in berus„
ten, geborgen, en de steutel van de kist, eff de Geldcas gelijk voorsegd,
onder de drie Executeur moeten werden bewaard Eijndelijk stelle
en versoek ik nog tot Executeurs van deesen de Hoog Edele Hoog
Agtbaare Heeren bewindhebberen ter kamer Enkhuijsen, in wel„
kers dienst ik in den Jaare 1731. den 30. 8ber: voor mattroos ben
uijtgevaaren; voor zoo verre bij mijn overleijden te goed hebbende
=gagie.
