heeden, en discrepanten, mitsg:s partialiteijten Gunstiglijk te
meyden, alsoo alle deselve niet dan tot Groot nadeel van mijne
voorsz: kinderen en Geinstitueerde Erfgenaamen kunnen strek„
„ken, en daarmeede in Geenen deele beantwoorden zal werden,
aan het vertrouwen dat ik in haar Edelens Gesteld en mij daar
op verlagtende, het teijdelijk welvaaren mijner kinderen aan
de selve aanbetrouwt en op gedraagen hebbe; als geen andere
Gedagten hebbende, off haar Edelens zullen zig hier in na Ge„
mhoede en conscientie Gedragen, zoodanig als zij omtrent hun eijge„
Leijffelijke kinderen souden kunnen en willen doen, en betragten
om in dien Grooten dag daar wij alle verscheijnen moeten, ree„
kenschap te doen, Gelijk ik dan vader selver trouw hartig en
vroomheijd mij verseekert houdende dit aardsch traanendal met
een Cerust Gemoet verlaaten zal
Begeerende wijders, dat een dier Heeren Executeurs Jeder een fleutel
van de kist, daar de weijnige Contanten Juweelen Goud en Silverwerken
werden Geborgen, onder haare berusting moeten hebben, om bij aanbreng
off aflegging van de uijtstaande penningen te ontfangen en te
bewaaren; Mitsgaders deselve weder, met Gemeene toestemmina
en voor kennisse van alle de Executeurs secuur uijt te setten, ten welken
Eijnde ik wel Expresselijk begeere, dat de Caes bij mij in huijs daar de kinde„
ren zijn bewaard, zonder dat deselve ergens, bij wie het ook zij ver„
plaatst zal mogen werden Terwijl voormelden David Davidsz:
alle de nodige en vereijscht werdende Elucidatie sal konnen en
moeten Geven, van den toestand, en staat mijner uijtstaande affaires
en uijtgesette selden, als van alles de frondige kennisse hebbende
als meede van alle het Geene dat in den boedel te vinden is, en
tot deselve Gehooren, mitsgaders wat daaromtrend dienden moet
verrigt werden, het is dierhalven dan ook mijn Expresse wille
en begeerte, dat seene penningen aan deese off Geene Geleend
off uijtgeset zullen werden, zonder Genoemde David Davidsz: Eerst
kennisse daar van te heeven /: op dat hij de nodige informatie ne„
men, en geven kan, van den staat en vermogen, mitsg:s hoedanig„
heijd van den perzoon, die het Geld begeerd, ten Eijnde men weeten
en
