versulks als nu op nieuw Disponeerende Legateere en bespreeke
ik voor off aan de diaconij armen deeser steede de somma van vijff„
tig Nieuwe Nagapatnamse pagooden. —
Zoo meede aan de Koninglijke deense Mission te Trancquebaard
een bedraagen van vijfftig felijke Nieuwe pagappatnamse pagooden —
Gelijk ook aan mijn Getrouwe Knegt Davio Davidsz: de somma
van Een hondert Nieuwe Nagapatnamse pagooden, uijt aanmerking,
p tot tys
en tot Recompens van zijn fidelliteijt, en van tijd mijn toegebragte
Getrouwe diensten—
Alle welke Legaten ik begeere dat ses weeken naar mijn overleij„
den door mijn hier natenoemene Executeurs prompt uijtgekeerd
zullen moeten werden.
—
Weijders Emancipeere en stelle uijt alle slaafse dienstbaarheijd
mijn heijf eijgen April, mits dat den slaven gehouden en verpligt
zal weesen bij mijne nalatene kinderen en Erfgenaamen, voor betaalin
te blijven dienen, zoo lange de selve sulks zal aanstaan, off geneegen
weesen zullen hem aantehouden en te Emploijeeren.
5
En tot institutie van Erfgenaamen treedende verklaare en nomi
neere daar toe Gelijk ik tot mijn eenige algegeele en universeele Erfge„
naamen verliese en aanstelle bij deesen mijne seer Geliefde kinderen
Pieter Jacobus, Josewijn Christiaan, en Anna Cleonora, alle bij
mijn voormelde nu zalige huijsvrouw Geprocereerd, en dat in alle meij„
me nalatene Goederen, zoo roerende als onroerende, seld, Goud, silver ge„
munt en tongemunt, Juweelen slaven, en slavinnen, actien, en Credi„
ten Erffenissen en besterffenissen, presente en toekomende, te Goed„
hebbende en nog te verdienene Jagie, en Generalijk niets uijtgesondert het
zij hoe Genaamd, van wat watuur waargeleegen, off van wien reeds
Gekoomen mogte zijn, off nog komen sulks en in diervoegen, als ik
met de dood zal komen te ontruijmen, en nalaten, om bij mijne
voorm: drie kinderen, ieder Equaal Erffelijk beseeten en behouden
te werden met deese Expresse begeerte nogtans dat voorm: mijn dogter
Anna Eleonora, de preverentie zal moeten hebben en vergeven werden
om
