Op Huijden den 24:' augustus 1703„
Notificeerde aan mijn Jan Timmerman
boeckhouder op t schip „ Landhorst. Recouneer=
rende naer ’t vaderland ter presentie van de onder
genoemde getuijgen d:Her enin= Cristiaen pit
gewesene ad=t fiscaal van nederl=k Jndia mijn
boeckhouder en getuijgen wel bekent zijn E. sunrin
verstand, redenen en memorie wel gebruyckende
twee een sluydende
de welcke mij ter hand stelde deese gevouwen papier
wersh twee plaesen, met het Cachet van denselven
Heer pith versegelt versolckende dat ick bolckh
tseloe oock met twee cachetten van de mijne wilde
bevestigen. gelijk ook is geschiet verclarende den
selven heer pith, daar inne besloten tezijn desselfs
Testament door zijn E. Eijgen handgeschreven
En Onder tekent betuijgende den Jnhout van dien
te wesen zijn E. Comparans uijtterste wille en
Laaste begeerte willende en begeerende derhalven
dat het selve, naar zijn E. overlijden, daar voor„
gehouden en aghter volgt sal werden, ’t zij alstestam=t
Codicille gifte of maakinge uijt saacke des —
Ooots. zoo ’t selve best en bondigh naer reghten zal
Kunnen bestaen alwaeren alle behoorlijke
Solemniteiten, en de Cormaliteijten, daar inne —
Nodigh
onsekere voorte
„ven bij zigselven sonder ijmands
Jnductie ofte persuasie te raden
was geworden tot voorkoming van
nalatigheijt bij Eenig onverwagt
onverhoopt ofte ontydig voorval
des
nt
2
2
1775.—
n, Eerste
rent, pre„
out Actulair
buijten
en heeft
hem ver
arluijd
ongesbin„
de Tes
Gadeuiie
zijnde de
ig de on„
oorens
tament
ijdelijke
ende
in Rsheijden
Schepper,

de aarde.
lle zodanige
in van uijt
emaaktheef
re dispositie
door den
bij wamneeld
9 niet willen„
n„, nog nage„
waarde,
oversulks

na
230
er

ul„
8
in
