p Huijden den 24„' augustus 1703„
Notificeerde aan mijn. Jan Timmerman
boeckhouder op ’t schip „ Landhorst, Recouneer=
rende naer't vaderland ter presentie vande onder
genoemde getuijgen d:Heer enin= Cristiaen putt
gewesene ad=t fiscaal van nederl=k Jndia mijn
boeckhouder. en getuijgen wel bekent, zijn E: sunnn
Snden Name Godes amen
Op huijden den 3 Januarij 1735 Comparerende
voor mij Daniel Goisel Boekhouder bescheeden
op het schip Kerkwijk den persoon Jan pietersz
van Simina matroos op dit schip bescheeden,
zulk te kooij Leggende, nogtans zijn verstand
memorie en uijtspraak hebbende, zoo als voor
mij boekhouder en getuygen naagenoemt is
gebleeken, welke gemelde persoon bemerkende
de swakhijt zijns Lichaams, ende sterfelijkheijt
vanden mensch; ook dat er nets Onseekerde
is als de uure des doods heeft van deeze wereld
niet willen scheiden, voor dat hij van zijne tijde
Lijke goederen zoude gedisponeert hebben.
Heeft dierhalven uijt zijn vrije wille zonder daar
toe door iemands aanradinge gepersuadeert te
zijn gemaakt zijn testament En uijterste
wille in manire als volgt.
Eerstelyk beveeld hij testateur sijne ziele zoo
haaft dezelve uijt zijn Lichaam zal gescheyde
„zijn, in handen zijns tbemelschen vaders
En zijn Lichaam de Eristelijke begrafenis
tzij d'aarde off de zee, zoo als de gelegenthijt
best zal presenteeren
Voorders zoodoet hij testateur doot en te met

nt
ƒ 1775. —
n Eurste
ent, pre„
utstitulair
buyten„
en heeft
hem ver„
arluijd
ongefon„
de Tes
weduwe„
szijnde de
og de on„
vorens
tament
ijdelijke
ende
on Rcheijden
schepper,
„de aarde.
alle zodanige
en van uijt
Gemaakt heb„
re dispositie
door den
bij warmeed
„niet willen„
n nog nage
waarde,
oversulks

222
er
is
na
uli
e
