Op Huijden den 24„e augustus 1703„
Notificeerde aan mijn Jan Timmerman
boeckhouder op t schip„ Landhorst Recouneer=
rende naer ’t vaderland ter presentie vande onder
genoemde getuijgen d: Herenin= Cristiaen pit
gewesene ad=t fiscaal van nederl= Jndia mijn
boeckhouder en getuijgen wel bekent zijn E. sunnen
Jonden Name Godes amen
Op huijden den 3 Januarij 1734 Comparerende
—
In den Naeme godes, amen„—
leecle.
Op suijden, den vijf entwintighsten decemb=r a=o saven
dien hond=t en drie ben Ick ondergeschreven, boeckhoud=r
van’t schip ’t welck god. bewaert. d’ Landherst, gecom=
pareert, voor Cornelis pietersz van Regun= mattroos
op boven gemelden bodem, die sieckelijk, en swack, in zijn
kooij was leggende, dogh zijn verstand memoirie, en uijt
spraack wel hebbende, en beschouwende, zijn onseeckere
siers uure beraeden is geworden door Testamentaire
despositie van naer laetenschap. opdisponeeren,
geen
Eerstelijck„ verklaert den Testateur vaa breet vrind=
n't leven te hebben, en begeert derhalven dat zijn
naer laetenschap, zal gaan. aande naervolgende —
roijeerende, en te niet doende alle voorgaande Testamen
ten Codiceille, &amp;amp;=a
En vercklaert hij Testateur, te laeten en te maacken
aan zijn goede en getrouwe vrinden, Ian Jansen van
Es, en Jan gerritsz„ de graaf beijde meede mattrosen
op boven gemelde bodem, alle, des Testateurs, naar
laetenschap, soo wel goederen, als meede alle desselfs
Verdiende en te goedhebben gagie, reeckeningen als
andere Lints niets uijtgesondert, mits dat de boven —
genoemde Erffgenaemen, zullen uitkeeren aan
de„
nt
15
5
1775.—
n, Eerste
rent, pre„
utstituleur
buijten
en heeft
n hem ven
arlheijd
onge pr„s„
dessec
weduwe
zijnde de
9 de on„
vorens
tament
ijdelijke
ende
m Resheijden
schepper
gdeaarde.
alle zodanige
en van uijt„
Gemaakt heb„
re dispositie
door den
bij vamneed
9niet willen„
i, nog nage„
waarde
oversulks

222
na
ƒ
r
ulij
in
