Tot amsterdam, Een duysend guldens Caabs,
geld, sonder meer- dat ook ten Eersten na
mijn overleyden en volle vrydom gesteld
sullen werden, de twee halv slag meyden
gen=t Melie, en Thuij /: Eertyds roosje
gen: /: beyde sustens int Testament reeds
vermeld, benevens alle haare beyde kinderen
thans intleeven synde, als die sij beyden na
deesen nog mogte verkrygen, en dat aan yder
van haar sullen werden gegeven, Een hondert
rijxd:s tot vergelding der seer trouwe diensten
van d’ oude truy moeder deeser sustens,
als minne aan al mijn kinderen
beweesen
Aan mijn Loon Hendrik Swellengrebel
sal volgen mijn goude signet Ring, de
twee stam boomen, de Pontracten van
Neeff Sargius Swellengnebel en van sijn
vrouw, met dat van zaar Pieter
Aan mijn Kleijn Loon Iohannes Swellengre,
„bel sal werden gegeven ter gedagtenis, de
rotting met de goude knoop van de h:r
Westpalm gekoomen, en aan mijn kleijn zoon
Jacobus Johannes Lesueur, de andere votting
met
