eendeel genooten tewerden met dese Expres
begeerte nogtans, dat mijn dik gedagte dogte
Engelberta plantina, alvoorens of voor ien
verdeeling zal moeten en Colatie brengen, het que„
ik gelijk gezigt, aan haar reets verstrekt, gele„
of ten behoeven van haar veronkost heb, alzoo
het een en ander niet voor uijt geschonken, maa
tot vaderlijke portie verschooten zijnde dus myne
overigen drie zoonen, van welke ik zolangen allse
Eer en respect genooten heb en nog genieten, gasteti
zouden tekort gedaan zyn, bij aldien, het door mij van
uijt verstrekte bij en na het trouwen van mijn dogter
niet in Callatie voor de verdeeling gebragt werse
dog ingevalle mijne opged:te dogter of haar manmit
het verkreegene voor vaderlijke legitieme portue w
te vreeden weesen zonder zig verders als Erfgenam
of Erfgename te gedraagen, zoo begeere ik dat in
zoo een geval zij bij de hier uijtmoeten geslooten
blijven, en alle mijne nalatenschappen door mijn die
zoons alleen Jngelijken deelen ge Erft en beseeten
worden
Eijndelijk is ook mijn begeerte dat na mijn dot
mijn hier ondertenoemene Executeurs van voorsz
mijn schoon zoon Johannes van den Broek
zullen hebben te eijsschen en pretendeeren de aar
zijn vrouw geleende meijt albertina en de onder
gende goederen also gem: goederen in mijn huijs„
ik, toenmaals aan hem ter woon gegeven heb
en gebruijk geweest zijnde, gem: van den broe
daar uijt verhuijsende deselve na zijn Eijger
goeddunken meede genoomen en zig moester
mi
daar van gemaakt heeft, sonder, in het aldowi
daar van eenig kennis gegeven te hebben, teweete
Een Cabinet van boeroeten hout
Een nendoe houte rustbant
—
twaalf
stoelen
twee kleene zoorsakshouten kist, de Eene volw
kinder doop goed en ander kinder goed
Twee
