L=a E.
N:o 14 morel absistent, debet, aan de gehoudene venitutie bij DE van d
1. hand quiperzoltje en 1. schilderij
rd=s
1
Colombo den 9: Ianuarij 1763. /:getekent:/ I: Cramer /:in marginetontfan
/:getekent:/ I: C: Egelin
L=a ƒ.
Ik ondergesch: heeter tambij kleermaker alhier, bekenne, ontfangen te p
uijt handen van den Curator adlites de heer adriaan moens de san
van negen rd=s en seven en veertig stuijvers, zulx voor reecq: van den o
adsistent I: S: moerel wegens maakloon van de volgende kleederen w i
selven debet is gebleeven als.
maaksoon van 1. rode gespickelde rok
rd=s 2.
zijde en stijff linnen.
2
van 1. geele suijitte briek.
3
„ 1. blaauw grijne Camisoel
„
1. —
zijde en stijff linnen.
—„
„
5
1. swarte portesooije rok
„
„
2.
„ 2. witte Camisools.
2½. doz: swarte sijde knoopen
4
„
—18.
1.
„ gele saaijette knoopen.
10. Ebidos witte linnen
1.2.
rd=s 9: W:
Somma
des desen dient tot bewijs
Colombo den 18. april 1764. /:was getekent:/ met eenige malabaiarse Carats
L=a G.
Mijn heer Ertman
versoeke dat uEd goedhit gelieft te hebben aan brengen deeses af te geien eende
