wl
nalaa
a
Kretsehman
Johan Christiaan Mulher
ƒ602.
In den Aim des Aevren Amnen
Heeden den 10. Februarij Anno 1759 Compa„
reerde voor mij Wilhelmus Philippus Wetzelius
boekhouder En geswoove Clercq ter secretaaije
van politie present de natenoemene Getuijgen.
Joan Christiaan Muller van Ropein vold=t
in sComp: dienst zijnde zeer ziek en zwak
te bedde leggende dog zijn verstand, zin„
: en En memorie volkomen magtig, de„
N:o 2.
Sendutie gehouden ten soldij Comptoir onder dalis
12:' april en 3. 9ber: 1763 voor reecq: van den overle„
„dene adsistent theodorus morel dewelke gemeen
zijn bij en ten prijse als volgt.
11.
rdr
bij Domingo de zilver.
apstok.
prak
schaap gebleven.
„
Jt
ute rust bank en:
14.
„
b: Chiangoe.
„Helen
.9
uij-
1.
„ D: kersse.
„Combaars en.oude
kussens
kuine zilvere zeijdgeweer met
12
„ Jacob koestal.
„
dus porthaphee.
Nelle awoeker.
„
3.
paar silvere schoe gespen.
hals gesp. en
1.
„
D: Steijger
¶Alvere
p„s hemds. knoopens
DE Visser

4.
„
rol tabak
koopere talaks doos.
ad pieries
„2
prtapees en
anige spinsb: knoopen.
ordama lebbe.
1. kantoontje.
koopere lampen
felix Christoffel.
„
2: thee busjes
„
L: pieries
1.witle lakent rok.
1. paar schoenen.
agamadoe lebbe.
1. paruijk en
1hoed
H Sitters
„
2. kamisools en 1. broek in soorten
D: gerrard.
2.
do
„ 2. do —
and=s steffens
„
1. quipersol
felix Christoffel.
„
1. balle Camis: met zilvere knoopen.
Transporteere rd=s
1.
1.
24.
30.
36.
24.
24.
30.
30.
2.
12.
24.
2.
2.
30.
18:
1.
36. „ 10
„
„
„ Muller
1779
179 Compareerde
der Bengaelsche
Ten passeeren aller
ficeerd present de
1
uller geweezen Assis„
ighaem, echter bij zijn prs
rack gebruikende;
kerheid des Doods en
geworden te zijn over
voor of echter revocee
Codicillen door hem
rde hij Testateur geene
n en uijt dien hoofdd
te stellen de vrije
lx van alles wathij
n en na te laeten
tuijgde geen twee

ten benoemd hij te stag
Foeman Assistent
overleijden zijnen
hier voorgenoemde
verleenende alle Macht
Substitutie. is
Cratoren Adlites en
Ving zijnes boedels gerect
heid wel Expresselijk
lateur, zijn uijterste
stand grijpen en
Codicil ofte zoodanig
staen.—
Aldus
18
ga
m
17
