
8E
1.
62.


Johan Harmen Mier 1752
Lebecke
K Johan Harmen Mijer, ver
make bij deesen mijn uitterste wil, Aan s as„
B
per Bijer, als soldaat sijnde in dienst der ne
Edele CComp:, Als volgt
e
Namentlijk Alle mijne nalatenschap van opliga
tien en verdere uijtstaande gelden waar van LodeWijk
Jansz: nog debet sijnde 10. rd=s met deesen, soo ver„
maak oolk alle mijn reekeninge, soo bij de Edele
Comp: tegoed zijnde aan den selven, mits daar
van aan het hoog Loffelijk weeshuijs tot Colom„
po de somma van 50. guldens als ook aan de armen
eer selver plaats 50. guldens, betuijgende overi„
gens mijne nederige danksegging, aan den E: heer
Curator Adlites voor de moeijte die sijn E: an„
ders deser weegen van weegen d’ Edele Comp:
onse betaals heeren soude willen of moogen nee„
men, in het resteren van dese mijne nalatenschap
en versoekende de hooge overigheijt dat deese mijn
met vollen verstand en kennisse als vrij en goe„
den willen gemaakte dispositie en vermake„
nns slandgrijpe, en ter Executie kome, hebbende
dit met mijn handtekening tot dien Eijnde in
presentie van de met ondergetekende ondergeschuu„
van /:onderstond:/ was Getekend:/ Aan harmen
Mijer in margine stond Caliture den 10.
maij 1752. /:Getekend:/ G: golthaan, W: J: Bloum
Barent
knap sun
„
1. leeve knap tas
1. plat luijs
4. hemden
1 paar oude koussen
1: nagt ook
Een kantoortje daar in
1. leij
3. hoogduijtsche boeken
verte

Muller
1779
79 Compareerde
der Bengaelsche
Van passeeren aller
iceerd present de
2
allir geweezen Assis„
ighaem echter bij zijn pns
raek gebruikende,
Eerheid des Doodsen
worden te zijn over
voor of echter revocee„
Codicillen door hem
rde hij Sestaleur geene
Ten uijt dien hoofdd
te stellen de vrije
2 van alles wathij
en na te laeten
tuijgde geen twee
en benoemd hij te stag
Foeman Assistente
verleijden zijnen
hier voorgenoemde
„leenende alle Macht
Substitutie. is
ratoren Adlites en
19 zijnes boedels gereck
eid wel Expresselijk
ateur, zijn uijterste
and grijpen en
odicil ofte zoodanig
aen.
Aldus
