1
N=o 1071. Henderik Leventz 1777
Lorentz
Heeden den 13. November A„o 1777 Compareerde, voor mij Izaak
huijbregh Sueven eerste Geswoore Clercq van Politie en Secretaris van
Iustitie en eerste Gemelde mijne qualiteit g’authorizeerd ende beeedigt
tot het passeeren van alle Notarieele actens en Jnstrumenten present den
nate noemene getuijgen.
Den Jn 's Compagnies dienst zijnde assistent Hendrik Lorentz
zijnde zeer ziekelijk van lichaam dog bij zijn volkomen verstand, en heb„
„bende eén onverwarde uit spraak. dewelke verklaerde geneegen te zijn over
zijne tijde lijke goederen te willen disponneeren mits dien reevreerende al„
„le voorgaande Testamenten en Codicille
Ende als nu ter dispositie treedende zo verklaarde den Testateur
tot zijne eenegeen Urniversele Erfgenaeme te benoemen en aan testellen, zo
als hij benoemt en aan steld bij deeze zyne waarde moeder Rebekka„
Ludeke weduwe Lorentz ofte haare wettige erfgenaem ofte erf genaeme
bij representatie, ende dat van alles wat hij testateur met er dood zal„
komen te ontruijmen en natelalten herzij goud zilver gemeent ofte on„
„gemunt dan wel in een niets hoegenaemt uit gezendert, het welk
hey Testateur op exprisse afvraege verklaarde geen twee duijzend rerdael
ders te zullen bedraegen.
Ende tot en executeuren van dit zijn Testament Constitueerdt hij de en
Pieter Forman en Christiaen adolff
’s Comp:s dienst zijnde assistenten
Lisman hem daar toe geevende zodanige ampele magten authoriteijt
als aantestamentaire executeire kan ofte mag gegeeven worden ook
die van assumptie en supstitutie
Alle heeren weesmeesters curateren adlites ofte andere persoonen
die zig ampts halve met de redding zijner naelaeten schap zoude kun„
„nen bemoeijen wel eppresselijk uit zijne boedel seeludeeren, Hun
Edelens des net te min zeer beleefdelijk voor Hunne andere te
neemene moeijte bedankende.
Tot executeerd over de gagie die den Testateur op den dag van zijn
overlijde bij d’ E Comp„e zal te vooren staan verzukt en constitueerd
hij zeer eerbiediglijkde Edele Groot achtbaeren heeren Bewind
hebberen ter kamer Amsterdam waar voor hij affirmeerde in de
Jaere 1769 met het schip d’ Bovenkerker Polder uijtgevaren te
Zajn.
ongesohonden
he
hr
1
2
zijn
Een
ver
ocle
hem
eenen
hoole
ra
3
Me
Jeng
n
e
acht
en
erech
k
ste
pi9:
12
