Nr V
shaet
n
1. bedige ke
1
van mijne Erfgenaamen te treeden laga
„ters ik Eerstelijk aan de armen ten
deezen plaatse Een hondert Acca zo pijn
Pen tweede aan den Christenvrouw Clare
bij wij in huijs woonende, Eerstelijk Zes
stoelen een kadel met zijn toebehooren
een voote bank, een tafesti en Kopers
vijzes en stampen haare twee kisten
met een geen daarmis verder wat tot
een klijven huijs houding behoord alles
ten Kiuse van mijne hier na te noemene
Executeurs neevens Zes hondert siccq
ropij en reten het huijsjs thans door
den assistert Hans Iacob Holst be„
woond wordende onder Conditie dat
gemelde huijsje niet zas mogen ver„
kogt of verpand worden waar bij haar
overleijden tas overgaan op haar als
dan in Leeven zijnde kinderen en zoo
die meede voog haare mondigs Iaaren
mogten koomen te sterven zal het ge
Legde huijsje weader vervallinde
mijn hier na te weldanet xeculeur
en derde aan de meede in huijs
woonende Christeis vrouw Rita vijf
hondert sicceropijen met het huijsv
dat thans door den organst verzoev
bewoond word onder gelijk conditie
als bij het tweede legaat vermeld
is en op dat deese gelden niet onnut
zouden voorgebragt worden, zoo versoe
„ke en qualitticien ik mijns natewelds
Executeur
