de Heeren De Meijer en van Lelivela, gecommitteerd ten fine van accoord in de
Saeke Conserneerende de differente over den testamente van wijlen den majoor Engelstroom he
den mondeling te kenne gegeeven, hebbende dat onder de legatarissen van gemelde Engelstroom
bevonden wierd, Eenen Huijbert Besseling handlanger ten diensten van de Compagnie met„
gaders dat den selve minder jarige weesende, om die reedenen, door den Curator adlites welgevan
van haer Edele op de Comparitie was versogt geworden dat den gemelden Besseling ter sae„
ke van sijne minderjarigheid mogte worden toegevoegd een Curator om sijn vermeend regt, tot
beuwing van het aan hem vermaakte legaat teegens gedagte Curator aatites te sustineeren alsoo
deesen laatste vermeinde dat het gemelde legaat, ter saeke van de daar nevens gedaane aanteikenin„
voor vernietigt gehoude moeste worden en dat gem=te Heeren Commissarissen sulx hadden gehouden
in advis aen deesen raede soo is na de liberatie, g'arresteert den gemelden Huijbert Besseling tot
Curatoradlites, ten fine voormeld toe te voegen den solliciteur Laurens Tallans, aen wien daer
toe bij Extract deeses sal worden verleend, de nodige magt en authoriteit /:onderstond:/ accordeert
/:was geteekend:/ C: Martman g: Clercq
Wel Edele Agtbaere Heeren Commissarissen
Den ondergeteekende ingevolge het deese in alle Eerbied versellend Extract uijt het memo
1776
riaal van den agtbaere raad van Iustitie deses Casteels van dato 10. Maart 1112. aangesteld
sijnde tot Curator over de minderjarige persoon van Huijbert Besseling, om het regt dat
den selve als een meede legataris van de heer Fredrik Andreas Christiaan Engelstroom
tegens desselfs Erfgenamen Competeert, waar te neemen
segt /:onder reverentie:/ van gevoete te weesen dat gemelde Erfgenamen wel degelijk gehou„
den en verpligt sijn tot uijtkeering van het legaat dat den testateur op den 29. 8ber: 1770.
agter desselfs testament onder de gewoone handteekening van voorschreeven Besseling
heeft vermaakt, als doende niets ter saeke de aanteekening die in margine van dat bepaalde
legaat gevonden word, te weten /: het legat aan Besseling te niet:/ de wijl het selve niet anders
als voor een Concept off ontwerp, dan wel voor Eene simple aanteikening te houden is, waar aan
niet alleen dag en datum maar ook het Essentieelste waar door het eenige kragt moet krijgen /: nom„
pe de handteekening van den testateur /ontbreekt, - daar te boven vervalt die aanteekening inme„
diaat als nietig en onbestaanbaar wanneer men reguardeert; dat de testateur bij de aan hem
gereserveerde magt maar alleen en speciaal heeft gewild, dat die veranderingen ampliatien
en herroeping van waarden souden sijn, die hij /: M3:/onder desselvs gewoone handteikening soude
goed vinden te doen- en dit nu /:als gesegt:/ niet gedaan sijnde, soo blijft er geen der minste disse„
Culteit, over waar omme de Erffgenamen niet gehouden soude weesen in de uijtkeering van het
gucestiuse legaat, -waar toe hij Curator Contendeerende dan ook Concludeert dat sij door uwel Edele
agtbaarneedens sullen worden gecondemneert Cum Expensis /:was geteekend/ L: Pallans /:in
margine Batavia den 17. Maart A:o 1772.
waar na den gemelde solliciteur Tallans, als door den meede legataris Nicolaas Smids
gequalificeert al meede bij Libel sustineerde sijn meesters regt tot heffing van het aan hem ver„
maekte legaat
N=o 3776.
op Huijden den 17:e Maart 177:
Compareerde voor mij Johannes van den Bergh, Notaris publicq bij de Edele hoogs
verte
