Wel Edele Agtbaere Heere
En
dele Agtbaere Hueren
Geeven in aller oodmoed te kenne Johan, Martin Reemir, Capitain van
de oost Leidsche burgerije te deeser steede en Archibald Mesterton, translateur in de
fransche in Engelsche taelen alhier
dat sij supplianten bij een onderhands Codicil in dato den 28. Februarij A:o 1772. staende al
ter de testamentaire dispositie van wijlen de hier Fredrik Andrias Christiaan Engelstroom
den 28. 9ber: 1760. voor den notaris te deeser steede Matthias Diaerik van Klaak in
presentie van getuigen, met seekere Clausule reserratoir gepasseerd, door den selven Ongelstroom
sijn ben:t tot Executeuren van gemelde sijn testament en redderaaren van sijn boedel, met magt
omme na doode van sijn bij gemelde testament benoemde en aangestelde universeele Erfgenaame
Johanna Elisabeth Paulus, den gantschen in boet te verkoopen daer van booven de bij
21
een vroeger Codicil vermaekt rijxd:s vijff Hondert nog rijxd:s Ein Duijsend vijff Hondert
p6
„
aan de luijterse kerk alhier te Batavia en rijxdaals: Een Duijsent aen haer Siplianten
tot Een legait uit te keeren en de overrest te laeten volgen de Eene helfte aan het luijtersche weese
huijs en Thage en de andere helfte aan Johan Diedirich orthling te kamburg
dat gemelde testamentaire Erfgename Johanna Elisabeth Paulus min of meer
ongeneegen schijnd, de Erffenis met dit bij Codicil gestelde directe fidei Commis te aenvaerden, als
histineerende daer toe na regten met gehouden te weesen, te meer soo sij voorwend het gemelde Codicie
niet alleen soude laboreeren aen eenige defecten die het selve duijster maakten, maar dat het
ook nietig en onbestaenbaar was, dewijl den testateur bij de Clausule reserratoir wel Expresse
lijk de verandering van sijne institutie van Erfgenaam uitgesondert en geprohibeert soude hebben
dat sij supplianten nogtans van Contrarie gevoelen sijn, dog des regts niet kundig, en ook niet ge„
neegen sijnde met gemelde Johanna Elisabeth Paulus der weegens ik proces te treeden
te meer daer de weederlegging van dese der testamentaire Erfgenaeme susteune geheel in al
buijten het de portement van haer supplianten is dewijl haer magt en qualificatie omtrent
den boedel Eerstschijnt aenvang te neemen na doode van haar Johanna Elisdbeth Paulus ten
minsten de supplianten hebben sig taeten onderrigten dat de bij het Codicil tavinden worden
als de vrije Christen vrouw Johanna Elisabeth. Paulus te overlijde komt soo sal
de Luijtersche kerk haer portie vermeerden tot rijxd:s Twee Duijsend terwijl al aan da Hleeven Exe„
futeuren en boedel redder Johan Martin Reemer, en Archibala Mesterton, magten
aucthoriteijt, sulx alles te verkoopen en sovoortz het selve komen te insludeeren en overmids de
twee voorschreeven onderstelde Erfgenamen, als gesegt in Thage en in Ramburg resideerende sijn
sulx dat sij almeede niet en konnen propten absentium, haer regt tegens gemelde Johanna Eli„
Sabeth Paulus alhier sustineeren, ende veraffheid der plaatse ook niet permitteert soo lange
te vertoeven; tot dat sijlieden van het geval kennisse bekome off in staat gesteld sullen weesen
imand harentweegen te substitueeren, mitsgaders derhalven nodig is, dat in haer absentie worde
gesteld, een Curator adlites ten einden den selve, de bij den voorschreeven Coduille onderstelde
verte
rs
en
hunen
ris
Jn
an
5
5
Jen
nstant
ende
beren
de
en
ij—:
ijn
ffelijk
en
sijn
ont
te
ten
ene„
tensie
hebben
en
ra te
lf ge„
eerge„
duff„
in
ant
uyt
en
en
