Jacobus Syblavras 1776
Den 8„e februrij 1776 Compareerde voo„
mij L: A: Haltman Schipper
op ’t repatrieerende Oost Jnd„o Comp:
Schip De Bott, present de naer
genoemde Getuygen Iacjobus
Sijblairas Scheeps Corporaal
tt
e
Copia

uijt kragte van de Clausule Reservatoir begrepen in den Testament
bij mij voor den Boekhouder Nicolaas Cornelis Fransz: en de getuijgens
alhier op den 27:' December a„o 1788. gepasseert daar bij ik aan mij hadde
behoudende magt ende valutteie omme dezelve mijne dispositie
te moogen veranderen vermeerderen, of verminderen daar bij af ende
toe te zoen, ende alzulke legaten aan ijmand te maaken als mij te
raeden soude werden het zij bij mijne particuliere handteikeningen
ofte voorgetuijgen of andersints hoedanig daar van mogte blijken
verklaarde ik ondergeschreevene uijtsonderlinge redenen —
Eerstelijk nog voor uijt te legaatieren aan mijn oudste geadopteerde
zoontje Willem Jan Een slarre Jongetje gem Minos van mattaa
Ten tweede aan mijn dito geadopteerde soontje Leendert Hen
drik Cornelis meede Een slave Jongetje gen:t Argus van maccasser
Ten derden aan mijn dito geadopteerde soontje walter ArChibalo
almeede Een slave Jongetje gen:t Agenor van Balij
Ten vierden aan de vreije Boegeneese vrouw Pomona buijten en boven
’t haare bij Testament vermaakte ligaaten dat in zijn volle waarde mon
blijven, nog Een somma van Een hondert en veertig Ducatons of te
samen vijf hondert rijxd„s holld:s â 488 stx ieder
Terwijl bij deze herroepe en vernigtige het gemaakte legaat aan de vai
Borneosche vrouw Rhielis zullende zij niet anders uijt den boedels ge„
nieten van Een hondert spaans realen â' 60 shieder nevens haar kost
met klederagie en het geene verder tot haar lijf behoord
weijders verzoek ik den burger Hendrik Agffmeester moud zergeer
Johan Wolfgang Antrag tot Executeurs en redderaars des boedels
mitsgaders voogden over mijne minderjaarige kinderan gevende
aan dezelve zodanige magt last en gezag als aan Executeurs langt
mag gegeven werden egter met deze uijtsonderling om zodraaden
boedel
53
Amen.
ondert drie en vijftig,
e voor mij Marth„
der Bengaalse
Jan Schouten
n, assistent in
ijnde Ziek en swak
en uijtspraak ten
sseeren dezes toescheen
zekerheid des doods
zijne tijdelijke goe„
betuijgde uit eigen
sit van iemand,
stamenten, Codicillen
an uijtterste wille.
en gepasseerd, niet
slagen
zo vermaakt den
men der stad
opijen:
zend schoonmoeder
n. stede woonagtig
A.
zijn sthiefmoeder
„emoreerende, een
argen„t Mollik
eltje na zijn overlijde
van vijf en twintig
zijne eenige en univer„
nwaerde susters
Agnita Schouten
alle zodanige goederen
gemunt en ongemunt
slaven

na
de B
ren

2
½
27
2
1
le
at
2
Ha
14
„
