van mijn boovenstaande Testament, bij
dewelcke ik aan mijn Vier toenmaels
in Leeven sinde Kinderen, eenigen Legaten
gemaekt heb; koomende ik in dies plaatse
thans te Legateeren, aan mijne Oogter
Engela Christina Pheijl getrouwt met den
geswooren Vendu Clercq, Carel albregt
Haupt, Eene Somma Van Sesduijzen
Caabse guldens, dewelcke deselve Voor alle
Deeling, uijt den Vellen Boedel voor uijt
sal trecken, beneevens Al het gemaakte Lij„
„waat, legateerende, ik haar die Somma„
en Lywaaten, principaalijk onder Conditie
dat Sij beneevens mijn gem: Schoon soon
geduurende mijnen Leevens tijd bij mij in huijs
sullen moeten blyven woonen, mij in
mynen Swaeken Ouderdom en hooge
Jaaren, naar behooren op te passen en te
bedienen, mitsgad=s alle mijne saiaken be„
„hoorlijk waer te neemen, en gaade te
Slaan
Ook Legateere ik aan boovengemelde
mijn Schoon Soen Carel dlbregt Haupt
alle mijne Klederen, en Lunne goed, be„
neevens het goud en silver, dat tot mijn
Lighaam behoord, en door mij gedraagen
is gewerden. beegeerende voorts, dat den
in ’t booven Staande Testament, vermee
de Plaaf

