wonagtig zijn, Eenelijk verzoek ik testateur de d
hoog agtb: heeren Bewindhebberen ter kamer am
„dam, waar voor ik in den Iaere 1751. als soldaet
de pen indienst aangenomen, dat hunne Edele
Agtb: voor zo verre myne verdiende en tegoed be„
„dene maandgelden aangaat, zig als mede ercey
„teurs gelieve te gedraegen.
voorts houden wij aan ons gereserveerd de Clausu
reservatoir, omme nader bij eenig onderhands de
beiden of door een van ons ondertekend papier 2
„nige verandering en bij voeging te mogen mat
als te raade werden zullen, begeerende dat zoo
„nig papier gevonden wordende van die kragte
waarde zal gehouden worden als of heb in dezen
woordelijk geschreven stond.
Al het welk ons Testament, laaste en uitterste
wille, meeninge en begeerte zijnde, willen en 4
„geeven dat na ons doot zal standgrijpen en off
sorteeren, het zij als testament, Codicil, gifte te
zaake des doods, of eenige andere makingen van
uitterste wille, naar de rechten en wetten zil
het best toelaeten, en houden ook voor in dezen
g’indereerd alle verdere solemniteiten die mog
weezen geommitteerd Imploveerende in er
op
—
ƒ9
A

poilea
