De Testateuren verklaarin
Telles Mellema 1758
geen tweeduizend rijxd„o in de
waereld te hebben
In den Name des Heeren Amen
Heeden den 6„e November A:o 1758. —
Vervoegde ik mij Jan La Pro, boekhouder en gesroscriba
dezes Comptoirs, met de naartenoemene Getuijgen.
Ten huize en voor de Slaapsteede van den alhier be„
68.
„scheijden Krankbesoeker Jelles Nellema van de scheemda
en Dorothea Elisabeth Abrahams van Samarang,
Echte lieden, vindende den Eersten Ziek te beddeleg
„gende, dog zijn verstand en uijtspraak ten vollen magtig
en acht kende en de tweede gezonder
Natelaatene Boedel en goederen te nom
neeren en aan te stellen, den alhier mede
in ’s E Comp:s Dienst bescheijdenen Bottelier
Jan Adriaan Busch, en dat in alle sijne
goederen zoo roerende als onroerende, geld
Goud zilver gemeent en ongemeent, actie
en Crediten, slaven en Slavinnen in
somma niets ter Weerelt uitgezondert
van al het geene hij Testateur met er
Dood zal kome te ontruijme en naar te laa
ten, omme daarmeede te doen en handelen
als iemand met sijne Eijge vrije goederen
kan en vermag te doen zonder teegenzeg„
gen van ieward, dog zal gehouden zijn
zorge te draagen dat des alhier overlee„
den Loots Bertraam Fattas nagelaate
Dogtertje Maria Fattas, waar over hij
Testateur blijkens Testamentaire dispo
sitie van den 16„e Julij deses Jaars Exe„
euteur is gebleeven, bij goede menschen
besteet werd, ome naa behoore van ’t geene
deselve uit haar Vaaders boedel Compe„
teert opgebragt te werden, dog zoo daar
toe geene geleegentheijd mogte zijn, zoo
versoekt hij zeer eerbiedig aan de heeren
Weesmeesteren ter steede Samarang
om het zelve in t Weeshuijs aan
te neemin
Met Ceclusie van ’t eerwaarde Collegie
Van
ia
Miyj7
soldij
n
6
erende
van
rik
16„
de
ister„
gaff,
rate
Morts
em
de
Pronen
rant
ne
a
lEdelen
per„
welke
