De Testateuren verklaarin
Jelles Mellema 1758
geen tweeduizend rijxd„s in de
waereld te hebben
In den Name des Heeren Amen.
Heeden den 6„e November A:o 1758.—
Vervoegde ik mij Jan La Pro, boekhouder en gesroscriba
dezes Comptoirs, met de naar tenoemene Getuijgen.
Ten huize en voor de Slaapsteede van den alhier be„
68.
„scheijden Krankbesoeker Jelles, Hellema van de schaamden
en Dorothea Elisabeth Abrahams van Samarang,
Echte lieden, vindende den Eersten ziek te beddeleg„
„gende, dog zijn verstand en uijtspraak ten vollen, magtig
en achkende ende tweede dezend van lichaa
en ƒ8. ter maand na India is gevaren, mits„
groot
gaders de Wel Edele Achtbare Heeren
Bewindhebberen ter Camer Amsterdam
alzoo den Heer Testateur in den Jare 1745.
sijn Ontslag uit den dienst heeft g’obti„
neert, en 1750. de novo weder in den dienst
—
voor die resp: Camer is aangenomen
Wijders verklaarden den Heer Testateur en
Mejuffrouw Testatrice aan haar te behouden
de macht en faculteit om deze jegenwoordige
dispositie te mogen veranderen, vermeer„
deren en bij doen, mitsgaders alzulke lega„
ten aan iemand te maken als zij te rade
zullen werden, ’t zij onder hare partijulaire
handteekening, ofte bij simple Verklaringe
voor twee of meer geloofwaardige ge„
tuijgen, of hoedanig daarvan zoude mogen
blijken; willende en begeerende dat dezelve
van zodanige Kracht zal werden gehouden
als of ’t hier inne van Woorde tot Woorde
stond uijt-gedrukt.
Al 't geene voorschreeven staat den Heer
Testateur en Mejuff„r Testatrice door mij
geswoore Criba perfeetelijk voorgehouden
en den san van dien duidelijk te verstaan
gegeven zijnde verklaarden sij Testateuren
tzelve te wezen haar Testament, laaste
en
a
Mruijt
soldij
m
6
erende
van
ryk
it„
e
ijter„
gal,
ate„
Norti„
nen
Ede
komen
rant
ne
a
Edelen
Pek
welke
