in naame Jan Hendrik van Mander natuurlijke zoo„
van den Luitenant Louis van Mander een somma
Een honderd ropijen en begeerd dat gem: legaat aan Heere
weesmeesteren deezer steede zal moeten werden afgegeen
tot welkers ontvangsten administraatsie de Testateur
Gem: Heeren op het ootmoedigst is verzoekende
Wijders begeerd de Testateur dat uit den band der slave
„nij zullen werden ontslagen desselfs slaave meid Dorott
nevens zijn drie slaven Jongens Gen=t september, Josephe
Simon en dat aan de twee eerstgem: ider vyftig ropijen
en aan de twee laatste ider vijf en twintig ropijen zol
„len moeten werden uitgekeerd, onder zodanige pen„
„liteiten als op het subjekt der vrij gegeeven slaaven
G’emaneerd en door mij sekretaris aan hem voorgehoude
zijn met deeze kondeessie nochthans, dat nopens het ge
„legateerde aan gem: slaaven door zijn naar tenoemene
Erfgenaamen zullen moeten worden gezorgd, dat die
penn: in het Geheel in haar handen niet komen te valle
maar alleenlijk aan hen zoo veel worden afgelangd,
als tot hun bestaan nodig mogten zijn, en zoo het mog
„lijk is, het geld op intrest te stellen.
komende tot instituutsie van erflaating zoo verklaord
de Testateur geen as noch dissendenten in leevende lijven
hebbende, tot zijn universeele erfgenaamen te nomi„
„neeren en institueeren gelijk doed bij deezen den assis„
„tent en Jonge tolk Leendert Cardozo en den serjant
Ernst wilhelm Brussel en dat in alle zijne nateloe„
tene goederen, zoo roerende als onroerende aktsien en
krediten, goud, zilver, gemunt en ongemant, slaaven
en slavinnen niet ter wereld uitgezonderd om na de„
„zelfs overleiden door haar beheerd en bezeeten te werden
als vrij eigen goed, zonder bekreun of tegen spreeken,
van iemand ter wereld
sekludeerende de testateur bij deezen de weeskamer,
Kurator adlites, en alle andere die eenige voogdije ge„
„bied ofte gezag en administraatiie over deszelfs
nalatenschap
