S C: Wydeman 1754
L: S: van E: Stuijvers.
geta Utabuttau
In den Name des Heeren Amen
en
Op huijden den seventhienden October, des Jaars een suijsend seven hondert vier
en Vijftig, Compareerde door mij Andries furgen Schults geswoorene Clercq der
bengalse Secretarije, present de natenoemende getuijgen, Den Eersamen Ian 't
Christoffel Wijdemans, gebooren van Coppenhaagen Iongman oud omtrend 75
Iaaren, Outloots in ’s Comp:s Dienst alhier, zijnde gesond van Loghaam,
zijn verstand Tinnen Memorie en uijtspraak ter vollen hebbende en ande
gebruijkende zoo als ons onder het passeeren toe scheen en de Bleek de„
welke uijt Overceakinge van de zeekerheid des Doods en de Inseekerkend
der Tijden Uure van dien verklaarde niet gaarne van deese Waerld te
willen scheijden, zonder alvorens over zijne Tijdlijke goederen te hebben
gedisponeerd, doende sulks soo hij opentlijk getuijgde uijt eigen vrije, on die
„beewongene Wille sonder Aanrading of Persucatie van ijmand ter waerld
Dog alvorens daar toe te treeden, zoo annulleert en vernietigd den Testateur
alle sodanige Testamenten, Codicillen Giften ter saake des Doods, en andere Actens
eenige kragt van Uijtterste wille hebbende, als hij voor dato deses mogte hebben
gemaekt en gepasseert, en wel special sijn Testament, op den r=o November d’
A=o 1751 voor mij gehoore Clercq en getuijgen verleeden, niet willene dat daar
op de minste Reflexie sal werden geslaagen, ende als nu de novo ter sispositee
„tredende, zoo vermaakt den Testateur aan de gereformeerde en Luijterse Siaconij
aomen de Middelburg in Zeeland, ijder Vijfentwintig of te saamen een sommatjen van
vijftig Carolie Guldens zonder meer,
Voorts Legateerd hij aan zeker den sijnen Huijse Renorerende voije Christen Vrouw
Johanna de Rosairo, de helft van ’t huijs daar hij thans in woort, en de helft
van alle sijne huijs meubelen, mitsgaders het Goud Silver en klederagie tot haar
Lijl behoorende, benevens twe slavinne genamt Marquisa en Sabina, idem daar
en boven vijf hondert Arcatse Ropijen an Contanten Gelde, zullende bij over„
leijden van voorsz Johanna de Rosairo, deese haare Erffenis versterven en
overgaan op Testateurs hier na te noemene Erfgenaem
Ook begeerd de Testateur, dat na sijn overleijden in vrijheijd sal gesteld werden, scher ten
zijnen huijse gebooren slaven kind; gen:t Maria de Rosairo, en schenkt aan deselve
meede een montantje van een hondert der voormelde Ropijen welke penninge egter
onder de sorge van voorsz Johanna de Rosairo, sullen moeten blijven, toter tijd
deese vrijgegeevene tot haare mondige Iaaren ofte andere bevoor Regten staat zal
gekomen weesen
Wijders
ten
te
