ikl
N:o 2.
Dingsdag Den 30. Ianuarij A:o 1759.
Presentibus Omnibus demptis DE:s Franchimont, De Lij, en
Overbeek door onpasselijkheijd
De rolle met de voorenstaande zaaken afgeloopen wesende, zo diende
dE: Johannes Bartholomeus Pijken van het ondervolgende request
/:inseratur E:/
Na welkers resumptie verstaan wierd d'E: van der hoff die in anno passato
den dienst van zoldij boekhouder en Curator adlites ad interimwaarge„
nomen en in laastgen: qualiteid g’administreerd heeft den boedel van
de op de uijtreijse per het schip Ghiesenburg overledene oppermeester Carel
Fredrik Leijnits te qualificeeren, tot de afgave van Een Duijsent
ses, en tagtig guld:s vijff stver:s en nog Een honderten negentien stuxsilvere
ducatons dan wel zodanige penningen als bij het request Gespecificeert
staan, en tot welkers ontfangst gem: E: Pijken nevens de tweede supp:r
DE: Dirk, Ioan Potken als gesubstitueerde gemagtigdens van de heer
Jan Lolings te amsterdam gerigtigd zijn uijtkragie van zekere
nevens de notarieele obligatie door voorn: Liebniets ten behoeve van
ged: heer Lolings gepasseerde en injudicio geproduceerde acte van sub„
„stitutie /:onderstond:/ mij present /:was getekend:/ I: A: van der voortseC:s
/:lager:/ Ge Extraheerd uijt de Civile Geregts rolle van den agtb: raad van
Justitie deses Casteels /:accordeert /: getekend:/ J: A: van der voort sec=s
N:o 3.
Jk ondergeschreven Carel Fredrik Liebnits staande op mijn vertrek
als oppermeester op ’t schip Phiesenburg gedestineerd na Ceijlon in
dienst van d'Ed: heeren bewindhebberen van de Oost Indische Comp:
ter kamer alhier bekenne ontfangen te hebben van Nicolaas
Obrenan de somma van Een hondert negen en taglig guldens
welke penn: zijn spruijtende van seven vaten vier uijtde brouwerije
de drie roscammen ontfangen op ’t oost Indischehuijs heer ter steeden
volgens mijn Gepermitteerde ducumenten, en belove deselve somma
van ƒ189.—.—. aan de heeren Prins, Blankert en sijken â Colombo
of aan den wettigen houder deser op aanmaning tebetalen met de intrest van
dien gerekent tegens vier ten hondert in't jaar tot dien einde verbinde ik mijn
persoon goederen maand, en alle andere gelden niets uijtgesondert, stellende
deselve ten bedwang van alle regten en regteren, inkennisse derwaarheid hier
van zijn gemaakt, en door mij ondertekent drie al een sluijdende hand schrif ten
waar van den eene betaald zijnde de andere van nul en van
geenderwaarde zijn zal /:onderstond:/ amsterdam den 1: xber: 1757
/:was getekend:/ F: F: Leipnits -
11
19
2l
„
1
