Ten vierden vermaak ik aan zeeker bij mij opgeroed en zig
ten mijnen huijs bevindende kind genaamd Anna de Rosairo, Een
van hen duijzend Rojmas â dertig stuijvers ijder in deesen zin di
Somma zal blijven onder bestiering mijner hier na te noeme
Executeuren dan wel dat het zelve door HaarEd„s gesteld werde in hag
van Heeren weesmeesterente hoeglij omme daar van doorgem
vrugtjebruijk te werden genoten en bij meerderjaarigheid of staate
Huwelyk te werden gesteld in ’t bezit van het geheele Capitaal
Duijzend ropias voorn= dog ingevalle zij bovengenoemde Annade
minder jaarig mogte komen te overlijden zal dit Capitaal weder komen
vervallen op mijne hier na te noemene op mijne hier na te noem
univenseele Erfgenaam.
Ten vijfde Legateere ik aan zeekere te houglij woonagtige Poe
vrouw Catharine de Rosairo eene somma van vijf hondert ropia
stuijvens ieder tot ’t kopen van een woonhuijs voor deselve, dan wel zee
mij in eigendom toebehoorende steene Huijsje staande en geleegen ter
en thans bewoond werdende door zeekere bij mij vrijgegevene slavin Hou
genaemd, al meede indien zin dat zij Chatarina de Rosairo van
voornoemd of een ander te kopene huijs haar geheele levens tijd zal he
het vrij genot en vrugtgebruijk zonder teegenspreeken, van iemand,
meerm: Chatarina de Rosaijro tot het einde hares Levens uit mij
boedel zal moeten worden gealimenteerd, dog zij komende te overlijden al
gem: woonhous weder komen te vervallen op mijnen universeelen Erg
hier onder benoemd.
Wyders nomineere ik tot mijne universeele Erfgenaam mijnen te foste
woonagtigen zoon willem JACCl; en zulx van alle het geen ik na
aftrek van de raads voors: of hij de Cleeusule reserratour nog te vermaken seg
meter dood zal komen te ontruijmen en na te laten niets ter wereld i
„gesondert, hoe ’t zelve ook genaamd, waar gelegen of uitstaande mogt
weezen omme door hem bezeten te werden als eige wettig verkregen goedde
ijmands tegen spreeken.
Tot voogd over mijne in Eurapa zijnde zoon willem Jacob nomineer
en stellen aan bij deezen mijnen aangehuw den Broeden samuel w
Predikant te dostzamen, bij wien gemelden mijn zoon thans woondid
welkers opzigt ik hem reeds voor Lange gesteld hebbe met alle zoodanige magt
authoriteit als daar toe eenigzints na regten tegeven is en wogden Compe
principaal die van assumptie en substitutie.
Tot Exeluteurs van deeze mijne uiterste wil verzoek en nomineere ik d’ Eer
Pauluss

