10
N=o 558
Willem Kerkman 1774
Heeden den 20„e April A=o 1774 heb ik
Izaak Huijbregh querin Eerste Gezwoore Clercq der Beng:
secretarij mij nevens de naetenoemene getuijgen vervoegt ten huijsen van
den Heer Paulus van Grieken onderkoopman in s'Comp„s dienst
dewelke mij overhandigde ’t beslooten Testament van wijlen den Heer
Willem Kerkman onderkoopman en Eerste factoor te Dhaccu
op den Elfden April Jongstleeden opgesteld en geteekend mitsgaders den
zelrden dag door den tweeden factoor te Dhacca Daniel Lankheeft
/:als aldaar tot het Pajseeren van alle openbaare jnstrumenten g’authori„
seert:/ gesuperscribeerd met verzoek dat ik ’t zelve wilde openan het welk
geschied zijnde, rond ik dies inhoud aldus
In den naame des: H EE REamen/
Bij den inhoud van dit Testament zij kennelijk eenen iegelijk dien ’t behoord
alzo ik Willem Kerkman van oudewater onderkoopman en Factoor
te Dacca in dienst van de vereenigde nederlandsche g’octrooijeerde oostjndische
Companie, uit overweging van de zeekerheid des doods en onzeekerheid van de uure
van dien, te raade geworden ben over mijne tijdelijke goede ren te disponeeren
en zoo veel mooglijk voor mijne na te laatene kinderen inz te voorzien, goedvonden
heb het zelve in deezer voegen te doen, gelijk ik doe bij deeze
Eerstelyk herroep ik en doe te niet alle zoodanige testamenten Codicillen
gisten der zaake des doods en alle andere actens eenige kracht van uijterste wille
hebbende, ’t zij door mij dan wel met mijne overleeden huijsrouw Elisabeth
Anna Crombou te zamen, of door een van ons beide afzonderlijk gemaekt, en w
principaal zeeker beslooten Testament door den Eerste gezwooren Clercq P=t
hott en zeekere getuijgen in dato 25 maart 1771 te Houglij gesuperschribeert,
niet willende dat daar op eenige reflere zal worden geslagen alzo mijn uitdrukken
„lijke begeerte is ’t zelve geen de minste stand zal grijpen, maar van nul en
geender waarde gehouden werden.
Ende als nu de novo disponeerende, vermaakt ik , Eerstelijk bij weege van
Legaat aan mijne zuster Helena kerkman huijsvrouw van Jacobus heijsterkam
woonagtig te amsterdam vierde gedeelte van al ’t geen mij als universeele Erfgenaa„
van Pasquella d’ Almeida weduwe wijlen den opperkoopman en hoofd adminis„
trateur den E Carel Pijhl te beurst zal raklen in boven dien nog Eene somma va„
vijfhondert ropias a dertig stuijvers ieder.
Ten tweeden Legateerde ik aan mijne aangehuwde Broeder Samuel Cromba
Predikant te oostzaamen een ander vierde gedeelte van eerengemelde
Erpportie van mij, als Erfgenaam van Pasquella d’ Almerde welEd=e
wijlen den Heer Carl Pijhl voorn=t
Ten derden legateere ik aan mijne Neef den alhier bescheijden Boeka
Willem kerkman Junior eene somma van Twee duijzend ropias
a Dertig stuijvens ieder.
Ten vier
