irt
N„o 1040 Dedernk Kloppereg
Heeden den f„e April A„o 1734 des Avonds
omstreeks half Thien uuren, heb ik Fredrik Wieman
Picinterim Eerst Geswooren Clercq der Bengaalsche sicre„
„tarije, in die hoedanigheid geauthoriseerd tot het maaken
en passeeren aller Notarieele Actins, en nu, mits de voore
„gaave deeser Colonie aan de Engelsche papenen ook daar
toe met voorkennis en toestemming van den wel Edelen &amp;amp;
Achtbaaren Heer Directeur Johannes Matthias
Ross, gequalificeerd door den Hoogen Raad van het fort
WWilliam te Kalkatta, verseld van de naar te noemene
Getuijgen, mij vervoegd in het sterfhuijs van den zoo eeve„
Overleedenen Boekhouder Dirk Klopenburg; alwaar mij
door de Heeren Remigus Sohnlein Boekhouder in den
dienst der Nederlandsche Oost Indische Compagnie en Pietor
Hoff Burger deeser Colonie, wierd ter hand gesteld het bes„
„looten Testament van gedagte Heer Dirk kloppenburg
behoorlijk verzeegeld en door mij Gezwoore Clercq en setuijgen
gesuperscribeerd, zijn de voorts gaaf, geslooten en de zeguls
ongeschonden, met verzoek het zelve te willen openen en de Leesen
Luijdende de superscriptie die behoorlijk geteekend was aldus
N„o 984
eeden den 17. Februarij 1785. Compareerd voor
mij Fredrik Vieman Proint: Eerste gezwooren Clercq
der Bengaalsche Secretarije in die hoedanigheid geauthoriseerd
tot het maken en passeeren aller Notarieele Actens en nu mits
de overgave dezer Colonie aan de Engelsche wapenen, ook daar toe
met voorkennis en toestemming van den welEd: Achtb: Heer Diric
„teur Johannes Matthias Ross gequalificeerd door den Hoogen
Raad van ’t Fort William te Kalkatta, prisent de naar te noemene getuijgen
De

