Luderus Warneker
an Veslen den 11 Iunij 174
Comngareerde voor mij Mbertus domburg: met publ: beijd Edelie hooge regeringn
van rederlerd india geadmitteerd binnen destad batavia resideaende ter presentie
van de naergenoemde getuijgen M:r Luderus warneker van breemer Sergiant ten
dienst der EE:omp: mij bekent zijnde ziegt te bedde leggerde dog hebbende sijn volko„
men verstond en onverwaarde uijtsgraak te kennen gevende uijt Eijge vaije en
onbedrongen willem genegen te sijn om te disponeeren van sijne natelatene
goederen mits dien revoseerende alle voorgaonde te testament en Codisillen
na alvorens betuijgd tehebben dit sijne boedel geen twee duijsent
rijrd:s bedraggt
En op neuwsdisponerende soo verklaarde den testateur geen dessentien
in leven te hebben en oversulx tot sijn Enige algehele nu versele haffge„
naem tenomineeren en institueeren sijne ouders Luderus waneker en
margaretha wettens woonagtig tot breemen of d’ long stevende van haer bijde
en dat in alle het geen den testateur met Erdood zal komen te ontrijnen
en naar geloten zoo roerende als onraerende goederen actien en Crediten mits uit„
gesondert stellende en Constitueeren d’ tot exCuteus deser testomente en begravenis besorgt
DE: Jan wenking, onder conymon en boekhouder in ’t rospitaale Compteir
met zodanige amglelest mogen onthoriteit als daar toe na regten kon
werden vergunt speciaal die van off uutde substitutie surrogatie seccudeerende
dien volgende het heer waerde Collegie van heeren weestmeesteren en d:E: Cunotor
ad lites mits god.s alle andere magistraats parsoonen zoo hier as Elders
niet tegenstaande de preadvertentie dien aangaande gedaan inon tot dxe Cuteur
over destaftateur te goed behouden gagie versoekt Eligeerde en Constitueerde hij seer
—
Eerbiedig dE dedele Eerbiedig de Edele groot agtb: heeren bewind hebbenen der
g’actroijeerde oost indigsche Componie ter Comen amsterdam / waor voor
den testakeer offirmeerde uijtgevooren te sijn ten Eijnde door haar Edele groot
agtb: uijtgekert tewerden aen d. geene die tot den ontfangst
zal weesen gequa
woor geklefen
„lificeerd alle het gunt voorsz staat den testateur duijdelijk
en bij hem soo hij betuigdt wel verstaande zijnde soo begeerde hij dat
