ca
Cof
Ao 105.
„
N=o 12
Heden den 15: Februarij 1797
egde ik mij Theodorus Bloemers, Adsistent in dienst
12
d: Az: Compagnie ten dezen Comptoire bescheid e
’t passeeren; van alle publique Instrumenten beledige
tuumene getuigen: ten huize van den
em
der
Heeden Den 22 Iunij A„o 1786
de
Vervoegde ik mij Hendrik Spantert Boek
ustaaff
houder en Beedigt Clercq alhier met de natenoemenende
getuijgen
an
In 't SEComp=e hospitaal alhier bij den Dragonder
te
Jan Godlieb Kindeler, viedende denselve zeer
cke
zieh en swak van Licham te beddeleggen hebbende
ug
Egter zijn volkoomen verstand en duijdelijk
inae
uijtspraak, den welke verklaard en geneege
te
opper
weesen over zijne tijdelijke goederen hem door God
le
verleend te disposteren, en uijt dien hoofde te te vo„
te sta„
„seeren dood ende te nieten te doen alle voor„
e
„gaande Testamenten of te Codicillen door hem
hij
gepasseert, begeerende dat de zelve geinsints
en te goed
zullen agtervolgt of naargekoomen werden, maar
hebbereen
gehouden off als nooijt gepasseert Ende nu
met
op
ter zijner voorgenoomen dispositie treedende
en
zoo verklaarde hij Testateur Eerstelijk
te legateeren ende te Bespreeken, aan de
dat hij
Gaconij Armen te Samarang Een Sommatje
en den
Cristoffel
van Hijff Rijxd=s hollands, en voorts als geen
i: booelem
ouder of naabestaende meer in leeven hebbend
rie zoo
waar aan volgens de Wetten verpligt zoude zijn
resteeren 20
Eenige vermaakinge te doen, tot sijne geheele
meester
solde
en universeele Erfgenaam te nomeneere, ende
p zoud
aan te stellen den alhier Bescheijden Wagtmeester
bedante
Johan Werners Reijdel, in dat van alle zoijne
goederen, zoo roerende als onroerende, Geld Goud en
en zilver, slaaven en slavinnen en Somma
Niets
