Van Sara Valentijn, en haar soon Iantje, absoluij„
telijk aanstonds moeten vrij zijn, sonder Een stuijver
randsoen geld voor haar lieden lichamen, subject te
wesen, het welke om alle moeijelijkheden voor tekomen,
behoorlijk in de transporten van die twee te koopen
slaaven, geinsereerd dient te werden, Edog soo gem:
Juff=re Sara Valentijn, en haar zoon, overleden zijn, ofte
voor mijn dood, dan wel ses maanden tijd na mijn,
koome te sterven, soo zullen als dan, die twee
slaven, bij de hier ondergenoemde mijn geaddopteerde
dogter appalonia Pietersz: van batavia moeten
blijven, ende den tijd van ses Jaeren, haer, mits„
gaders bij haar overlijden als dan haar moeder
abigael moeten dienen, in alle redelijkheijd, ende dan
sullen sij absoluijt vrij wesen, aan mijn vrijgegeven
lijf Eijgenen op batavia in namen Fortuijn, diena,
Clapatra, en Rosetta (zijnde man, wijff, en dogters
mitsgaders Christina van bengale, anthonij
van ternaten, (alias papoea:) en annika van
mallebaar, schenke, en legateere ik testateur tesamen
den en twintigh rd=s, dat is voor jder drie rd=s om
daar voor haar lieden, kleederen gekogt, en gedragen te
werden na haar wel gevallen, maar geen rouw kleederen,
want ik jnstandelijk versoeke, dat geene van mijn
volk, of vrinden, na mijn dood over mij rouw draege,
en daarom onkosten zoude doen, want dat maar
onnodigheden zijn,
Aan mijn mede vrijgegeven Jongen genaemt
Koridon van mallabaar (wonende op batavia
op mijn gewesen stuk land tot Jompongam,
schenke
