120
174
1744:
1145
adij ul
1745.
adij ult
rik Cornelis
1763
„ 584
Heden den 8„' October A„o 1760
Compareerde voor mij George Bremer gesw Clercq van politie
des maccassersen gouvernements in presentie van de natemoe„
„mene getuygen
Den Assistendt in dienst der E: Comp: alhier Hendrik
Cornelis; en Hendrica Anthonia Krookwits; Egte Lieden
mij bekend den testateur ziek en swak, dog de Testatrice gesond
van Lichaam, dewelke bijde zo veel in allen op sig ten genoegsaam
bleek met volkomen verstand en onverwaarde uijtspraake te ken„
„nen gaven, dat door eene billijke overdenking der sterffelijk„
„heid des menschen bewogen, geneegen waren hun uijterste wille
omtrend ijders bij aflijvigheijd agterlatene tijdelijke goederen
in schrift te doen brengen revoceerende dier halven alle Testatrien„
„ten Codicillen of te andere attens van dienaart eerlijts door hun bij d
dan wel ijder af sonderelijk gemaakt; en verleeden
Ende op nieuws disponeerende zo verklaarde den Testateur
bij voor overlijden en bij aldien geen wettige descendenten mogte ko„
„men na te laten te legateeren ofte veermaken aan zijnen vader„
Cornelis Hendriks; woonagtig te west Cappel in Zeeland, Een
Somma van Dertig rd„s hollands â 48 stuijv„s ijder met deesen ver„
„stande nogthans, dat bij aldien zijn even gemvader voor hem te sta„
teur mogte komen te overlijden gem: vermaking zal moeten de
volveeren op zijn Huijsvrouw de Testatrice in deelen, die inselver
voegen en bij voor overlijden aan haer moeder Anna Maria
Josephus wed„r wijlen den manhaften Luijtenant militair Ian
Hendrik krookwits; vermaakt en bespreekt de volgende goe„
„deren als Een snoer Paarlen, Een pees goude Centuur gesper; Een e„
pees goude Haak; en Een p„s goude hiernaeld, en verders alle
haare ko linnen als wollen kleederagie met ’t geen tot hoor
Lichaam

el
2
1 dsopes
t
en
em
innen
dog
soo
d
Me
lijk
6
5
ic
anij
iet
ƒte
te 11
8
en
ge
Ex
151
rodete
1
10


t
8
