Ik Ondergeschrevene George Jacob Meijer
schipper op deeze mijn voerende Bodem genaamd Scholtenburg
verklaare (om redenen mij daar toe moverende), dat ik voor de
Heer Frans Borstelman mijn gemagtigde op Batavia
bij deezen en in zijn plaats aanstelle de Heer Willem
Schol, benevens de Heer W: Rogier Houtenhooft reets
aangestelde in deezen met expresse begeerte, dat voorn:
Heer Frans Borstelman direct nog indirect uijt kragte
van de volmagt op den 13 Maert 1764 tot Amsterdam
voor de Notaris Arnoldus de Ridder en getuigen gepas„
seerd iets zal hebben uyt te voeren of verrigten alzoo
ik ondergeschrevene hem daar van uitsluijte, en secludeere
bij deezen:
Ten oirconde heb ik deeze en presentie van Ingemond
Ankerklauw Opperstuurman, en Johannes Willem Bremer
getekend. Actum aan boord van ’t voorn: schip
den 28 Maij 1764, zeijlende op 58 graaden 8 minu
ten noorder breedte, en 2 graaden 19 minuten lengte
CJ: Weijer
J: AnKerklauw
Als getuijgen
J W Bremer
Mij present C. D. Strucht
meier Advocaat en Assistent.
