„
vyf en twintig areatse ropijen, item een gelijk bedragen
vyffentwintig ropijen aan de genen die na zijn dood hem
komen afteleggen, benevens nog vyff en twintig ropijen aa
dragers die hem zullen ter aarde bestellen.
voorts verklaarde den testateur geen bloed verw
in de werald te hebben en over zulx tot zyn eenige en
„
„sele erfgename te nomineren en institueren zijn gea
dogtertie Hendrina Muurs ende dat in alle het
hij na uijtreijking van de bovengem legaten met d
zal, komen te ontruijmen en natelaten om door haar
en beseten tewerden als eijgen wettig verkregen goed
„der imands tegenspreken.
Tot Executeurs van dit testament en voogden over
testateurs g’institueerde onmondige Erffgename
noemd en Eligeert den testateur de voorm: Gerrit Kon
en Jan gerversman, ten eijnde na destestateur
slijvigheid zijnen boedel te aanvaarden, onder haar te
redden en verevene mitsgrs:s het overschot te ad„
teeren en aan teleggen tot educatie en alimentatie
gem=te Henderina Muurs die zig met de behand
van die voogden te vreden zal moeten houden, de
zig direct nogindirect, daar tegen aan temogen Kan
Cecluderende over zulx net permissie buijten zijn
boedel alle Heeren weesmeesteren Curatores adlites
voorts alle de geene die amptshaeve tot de beheri
zynes boedels zoude menen geregtigt tewesen, haar
temin voor haare andersints tenemene moeijte bedan
Maar tot Executeur u zijne verdiende maar
gelden verzoekt en benoemd den testateure zeer eers
d’ Ed=le Hoog achtb: Heeren Bewindhebberen ter Kamer
Amsterdam waar voor hij inden Jare 1727 p=s het se„
Berkenroode is uijt  omme met den zolverd
te wenden uijt gekeert daar het uijt kragte deses zo
requireren
Alle het welke voorschreven staad den testateurd
voorde tewoorde voorgelezen en teverstaan gegeven zijn
verklaarde hij hetzelve tewesen zijn testament Laatste
uijterste wille, begerende over zulx dat het zelve na de
overlyden volkomen stand grijpen mag, ’t zij als tet
ment Codicille ofte zodanige in regten best zal
nen, bestaan alwaartsschoon dat hier inne eenige
Colemniteijten waren geommitteert ofte over het hoofdg
die den testateur egter houd voor geinsereert, verzoeken
ten diep einse te mogen ganderen van het sumw
beneficium.—
Aldus
