G L:

Johannus Ebelie 1777
N=o 283.
er nagelatene
Bottelier
Op Heeden den 11:e Julij 1777./
Compareerde voor my Matthijs Kuijper As„
yndhooren,.
„sistent in dienst der E: Comp:e alhier, en tot het
maken en passeeren deeses G'authoriseert door
tember 1770
den Koopman en opperhoofd deezes Comptoirs
D'E: Heer Jan de Vries, present de naten ge„
„tuijgen Johannes Ebelie J=o Assistent mheede
do Cammisool
in opgem: dienst alhier fungeerende, en
Adriana van de Waele, beijde Egte lieden
Eerstgem: in eene ziekelijke toestane dog eg„

„tergoed van verstand en uijtspraak zijnde,
welke Comparanten verklaarden gedenken„
misool &amp;amp; broek
„de aan de zeekerheijd des Doods en onzeekere
uure en tijd van dezelve, geneegen te zijn,
om van haers tijdelijke goederen te disponee„
„neeren, en dat als betuijgende nooijt van
te vooren te hebben getesteedt, en dit navol„
„gende /:zonder dat de Comparanten daar toe
oaf
van iemand zijn misseijd / zal zijn vervat
haar Laaste en uijterste wille.
Komende dan ter dispositie, zoo verklaarde
re Testateur, dat indien hijzonder kind of kin„
bauijtje
„deren uijt det Huwelijk verwekt mogte koomen
te overlijden, in dit geval als dan tot zijn ee„
„nig en algeheele Erfgenaam aan te stellen en
te nominieeren, zyne Huijsvrouw de Testatrice
in deezen, en zulkss in al het gunt hij Testateur
met er dood zal ontruijmen, niets daar van uijt„
„gezondert met volkoomen regt van erfstel„
„linge van alle andere
d
Eenn indien de Testatrice de eerststervende
mogte zijn, zonder wettige geboorte bij den
Testateur verwekt na te laeten, zo verklaarde
zij Testatrice den Testateur haare man te
nomineeren en te institueeren tot haare vol„
„koomen en Absolute Erfgenaam van al hetgeene
zy met er Dood zal nalaeten met uijtsluijtinge
en regt als vooren; dog zoo wanneer de Testatrice
in manier hier boven gezegt kwam te overlijden
bij
de Jonge Helling„
Klaarde den testateur tot zijn mnnverseele Erfge„
naame te nomineeren zijne dogter Cathari„
31
na Elisabeth Elling en zukx in aehet geene
ritsloff en
Testateur metter doot zal koomen te ontruijmen
der Wolt
en natelaten en dus daar onser begreepen des
testateurs bij de Ed: Comp:e te goed hebbende maan„
gelden tot welkers uijtkeering hij bij deesen
eerbiediglijk

