heste afschrift

m
der nagelaatene
In den Name des Heeren Amen
C:
Op heden den Elfden April Anno Een
den Kok Johan
Duijsend seven honderd ses en vijftigh
overleeden den

Compareerde voor mij Pieter Herstad assistent
5
en geswore scriba ten dezen Comptoire; en voor de nage-
noemde Getuijgen, Francois Caffin Corporaal
in dienst der EComp: alhier; zijnde hij Comparant ziek
broek
te bedde leggende, dog egter zijn redenen, verstand en
weemorie volkomen magtig en gebruijkende, soo ons ten
klaarsten gebleken is; te konnen gevende genegen te zijn,
alvorens uijt dit tijdelijk leven quam te scheijden, over
oeken
zijn wereldlijke Goederen testamentair te disponeren;
na vooraf gerevoceerd, gecasseerd en te niete gedaan te
d’ bruijtje
hebben alle voorgaande Testamenten en Codicillen.
3
En op nieuws disponerende soo verklaarde den
Testateur te legateren aan sijn huijshoudster de
Javaanse vrouw Sajem, alle sodanige klederagten,
van zijde als Linnen, item Goud en silver, als dewelke
hij Testateur van tijd tot tijd aan haar geschonken,
R
„dus
en, tot haar lijve gehorende zijn.
Voorts ter Generale dispositie tredende, verklaerde
hij Testateur tot sijn eenige, algehele en universeele
Erfgenaam tenommeren en institueren, sijn g’adop=
teerd soontje, genaamd Cornelis ferdinand
Alexander, en sulx in al het gene hij Testateur
pojes
metter dood ontruijmen en nalaten zal; niets daar
do
van
n
uijm spaant Koekepan
6

3 m: 4 Cond:
Aldus Geinventariseerd in’t schip Willem de Vijfde
den 31 Julij 1770
/:Was geteekend:/
Accordeert.
J: H: Rijnnagh
gg

WW Timmingson
Gec:

