Copia
Codicil
van
Jan van Wetteren
Dit den testateur wesende voorgelesen verklaerde hij te wee„
sijn testament, laeste en uijtterste wille, die hij na sijn door beg
agtervolgt te hebben en te moeten stand gripen als testament
Codicill of so als bestna regten sal konnen bestaan imploreeren
daertoe het beneficie van alle regten en regteren.
Gedaan en een vertrekje aan de Rotterdammer poort voorn
in presentie van Jan Harmensz: sold„t in meergem diens
en van Iacobadriaan Caster mijn Clercq als daertw
versogte getuijgen, de minucte deses is behoorlijk
geteekent /:onderstond:/ Quod attestoz /:was get:)
Joan van der voort Not„s 1745 /14.
